De jungle van New York

new york.jpg

De website Planetizen publiceerde onlangs een (Amerikaanse) lijst met de top-100 van invloedrijkste “urbanists” ooit. Jane Jacobs voert de lijst aan. Verder zijn er bekenden te vinden als Richard Florida, Saskia Sassen en Mike Davis, maar ook Ebenezer Howard, Le Corbusier en Rem Koolhaas. Een lekker allegaartje dus, maar het is leuk om je studietijd weer eens op te rakelen waar veel van deze namen voorbij kwamen. Een opvallende naam op plek 72 zijn Grandmaster Flash & The Furious Five. Inderdaad, de wereldberoemde hiphoppers van The Message uit 1982Het nummer is niet alleen muzikaal vernieuwend, maar ook tekstueel. Volgens de website Culture Creature is het een “urgent street life manifesto”. Grandmaster Flash & The Furious wilden ermee laten zien hoe New York er toen voor stond: “Broken glass everywhere / People pissing on the stairs, you know they just don’t care.” Dit New York duikt tegenwoordig overal op, bijvoorbeeld in het boek City on Fire (Garth Risk Hallberg). Een heftige tijd: de industrie vertrok uit de stad, de werkloosheid was hoog. Het is nu niet meer voor te stellen als je door Manhattan loopt. Het nummer is desondanks nog steeds populair. “I still get paid”, aldus co-producer Jiggs Chase in the Guardian.

Advertenties

Ruimte in het regeerakkoord

formatie.jpg

We hebben een nieuwe regering, en dus een nieuw regeerakkoord. Wat betekent dat voor het ruimtelijk beleid? Paragraaf 3.5 (Leefomgeving) is kort: het nieuwe kabinet gaat vooral door op de ingeslagen weg. “Belangrijk is dat we ruimte houden voor natuur, woningen, werk en recreatie”, aldus het regeerakkoord – wat dat ook mag betekenen. Tom Jan Meeus noemde in NRC de aanstaande regering een “cafetaria-coalitie”: ieder voor zich, niemand voor ons allen. De planologie staat graag integraliteit voor, maar dat is hierdoor weinig terug te vinden in het regeerakkoord. Wel zijn er gedetailleerde uitwerkingen op losse onderdelen te vinden. Op het gebied van klimaat is het regeerakkoord ambitieus, zoals het “klimaatbestendig en waterrobuust inrichten van Nederland” door bijvoorbeeld Nederlandse woningen te verduurzamen en het Deltaprogramma te continueren. Het Infrastructuurfonds verandert (na 2030) in het Mobiliteitsfonds, omdat voortaan niet de modaliteit maar mobiliteit centraal staat. Een goede ontwikkeling, lijkt me. Veelzeggend is dat wonen onder het kopje economie wordt besproken. Het regeerakkoord stelt dat belemmeringen zoveel mogelijk moeten worden weggenomen om nieuwe woningen te kunnen bouwen, om zo iets aan de woningvraag te doen. Niets over of dit gespreid (nieuwe VINEX-locaties?) of geconcentreerd (binnenstedelijk bouwen) moet gebeuren. Sowieso is er weinig aandacht voor de impact van groeiende steden, zoals Amsterdam. Ook natuur en landschap komen er bekaaid van af. Al met al is er door de coalitiepartijen weinig met een ruimtelijke bril naar Nederland gekeken.

Hoopvolle toekomst

leeuwarden.jpg

Leeuwarden is aankomend jaar Culturele Hoofdstad van Europa en presenteerde deze week het programma. Eén van de onderdelen is een tentoonstelling geïnitieerd door het Ministerie van Infrastructuur & Milieu: Places of Hope. Het persbericht: “Overal in Nederland zijn pioniers bezig meer in harmonie met de natuur en elkaar te leven. De tentoonstelling Places of Hope neemt je mee naar hun bijzondere plekken.” Een vergelijkbaar thema heeft het jaarlijkse Europese planologencongres AESOP in Gotenburg volgende zomer: ‘Making Space for Hope’. Gaat de planoloog meer zweven? Wellicht vullen deze voorbeelden het gat dat Hans Peter Benschop (Trendbureau Overijssel) ziet. Hij betoogt op Ruimtevolk dat ruimtelijk beleid meer rekening moet houden met de stemming in het land. Planologen zijn druk met de energietransitie, wateropgaven of klimaatadaptatie – maar vergeten de tegenstellingen in de samenleving. Iets vergelijkbaars beargumenteert Ries van der Wouden (Planbureau voor de Leefomgeving) in een essay. De integratie van beleidsvelden tot een integrale Omgevingsvisie is tot nu toe teveel een technocratische exercitie, terwijl integraal omgevingsbeleid ook een maatschappelijke opgave is. Waar Benschop het in ontmoetingen op het lokale niveau zoekt, ziet Van der Wouden het landschap als thema om verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar te brengen. In april kunnen we in Leeuwarden zien of dat inderdaad gebeurt.

 

De 5 (16)

Aan het eind van elke maand presenteer ik vijf nummers die ik veel geluisterd heb de afgelopen weken op werk. De nummers zijn ook op Spotify te vinden.

LCD Soundsystem – american dream

De nieuwe plaat is fantastisch, hun optreden in Paradiso misschien nog wel beter. Ik ben weer helemaal LCD-fan.

Talking Heads – Burning Down the House

Begin deze maand zag ik bij Zienemaan & Sterren in Groningen de concertfilm Stop Making Sense van Talking Heads – stil blijven zitten kon haast niet.

The War on Drugs – Nothing To Find

Een ander album van deze maand dat prachtig is: de nieuwe War on Drugs met A Deeper Understanding. Hier een nummer.

Destroyer – Bangkok

Hij stond er vorige maand ook al in. Nu een nummer van zijn laatste album uit 2015: Poison Season.

Junior Boys – You Say That

Tot slot luisterde ik deze maand ook weer veel van Junior Boys. Zoals dit nummer van hun laatste plaat, Big Black Coat.

Prikkelende verbeelding

ruimtevoorderiviernijmegen2

Er werden weer een aantal mooie vergezichten gepresenteerd in NRC Handelsblad. Vorige week pleitte Zef Hemel om Schiphol in zijn geheel te verplaatsen naar Lelystad. Gisteren stond er een bijdrage van Wouter van Dieren in om een nieuwe kustlijn te bouwen om de zeespiegelstijging het hoofd te bieden. Het is te gemakkelijk om beide ideeën af te doen als onhaalbaar, vergezocht of iets anders. Zoals hoogleraar Maarten Hajer (Universiteit van Utrecht) al een tijdje betoogt: de problemen van nu zijn een probleem van de verbeelding. Grootse ideeën kunnen ons helpen om te gaan handelen, zoals Hajers IABR project over duurzame energie-opwekking op de Noordzee. In zijn woorden op de Correspondent: de toekomst moet naar voren worden gehaald, bijvoorbeeld met maquettes of animaties. Op deze manier wordt het onvermijdelijke geadresseerd (zoals klimaatverandering), maar kan het ook een wenkend perspectief bieden: we kunnen die kant op, en kijk eens hoe mooi dat kan worden of welke kansen dat biedt! PBL-directeur Hans Mommaas noemt in een interview met NRC Handelsblad het Ruimte voor de Rivier-programma een goed voorbeeld: “Dat stelt eisen aan de hoogte van dijken, maar geeft tegelijkertijd een nieuw ontwikkelperspectief. Ruimte voor de rivier, nieuwe natuur. Dan slaag je erin van de last een lust te maken.” De opiniestukken van Hemel en Van Dieren hebben die intentie ook. Laat de discussie maar beginnen.

Bovenstaande foto is afkomstig van de Rijkswaterstaat Beeldbank.

Binnenstad op de schop

Binnenstad Groningen

Wie de afgelopen weken via de Brugstraat naar het centrum van Groningen is gefietst heeft ‘m vast gezien: het paarse waterstofbusje. (Leuk detail: de bus kan alleen 250 kilometer verderop tanken in Helmond. Leuk detail II: op dit moment rijdt stiekem een reservebusje, dat op diesel rijdt) De doorgaande buslijnen zijn uit het westelijk deel van het centrum verdwenen; er is meer ruimte voor de fiets en voetganger. Ook de Westerhaven ging op de schop: hier is nu een grote bushalte gerealiseerd, vanwaar je eventueel met het waterstofbusje kan worden afgezet op het Akerkhof. De veranderingen zijn onderdeel van de nieuwe Binnenstadvisie van de Gemeente Groningen. Er moet “ruimte voor jou” komen; de binnenstad is er tegenwoordig voor verblijf en beleving. Om dit te realiseren heeft de gemeente nog veel meer plannen. Begin deze maand publiceerde RTV Noord een aantal impressies van hoe het centrum er over een paar jaar uit zou kunnen zien. De tekeningen zetten in op shared space, wat water en bomen her en der en bijvoorbeeld een fietsparkeergarage. Het meest gedurfd zijn de ideeën voor de hoek Turfsingel-Boterdiep, bij het BIM-tankstation (een rijksmonument, ontworpen door Dudok; zie plaatje hierboven). Het gebouw wordt een café en er moet ruimte komen voor een zwembad naast de gracht. Voor een verblijfsgebied is een tankstation niet meer nodig. Bier tanken kan er in in de toekomst wellicht wel.

Ode aan beton

beton

Beton. Het was het favoriete bouwmateriaal voor vele generaties technisch planologen in Groningen, met dank aan emeritus hoogleraar Paul Ike. Op CityLab staat een leuk stuk over de geschiedenis van beton. De een is groot fan van gebouwen van beton en houdt van de modernistische architectuur. Anderen griezelen van de vaak imposante, maar zielloze, inwisselbare gebouwen. Beton heeft vele voordelen: het is goedkoop, sterk en het gaat lang mee. Het is een eeuwenoud materiaal dat bijvoorbeeld al in de Romeinse tijd werd gebruikt. Volgens het artikel gebruiken we er gigantische hoeveelheden van: een kleine vijfduizend kilo per persoon per jaar. Het kost veel energie om beton te maken, en daarmee draagt beton dus bij aan klimaatverandering. Ook moeten de grondstoffen (zand, grind) ergens vandaan komen. In Nederland komt het bijvoorbeeld uit grindgaten langs rivieren, of we importeren het uit landen als Canada. Nog een nadeel van beton: het kan niet worden hergebruikt. Dat levert een prachtige tegenstelling op: bijna geen materiaal is flexibeler dan beton, totdat je er iets van hebt gemaakt. Dan staat het vast en kan je het nauwelijks meer hergebruiken. Voor een circulaire economie is beton dus niet ideaal. Maar kunnen we van onze verslaving loskomen?