Oplopende kosten voor vervanging

vandorsser

Bovenstaande figuur, afkomstig uit het proefschrift van Cornelis van Dorsser (TU Delft) uit 2015, laat mooi zien waar infrastructuurbeheerders voor gesteld staan. Het onderhouden en vervangen van verouderde infrastructuur zal een steeds groter deel van het infrastructuurbudget afsnoepen. De figuur laat de groei zien aan geld wat gereserveerd moet worden voor het vervangen van hydraulische werken zoals stuwen en sluizen. Het jammere is alleen: goed onderhoud merk je niet direct, want je bent al gewend dat iets het doet. Er moet dus een relatief meer geld naar iets wat we al hebben. Politiek ligt dat soms lastig: bestuurders willen graag scoren met een mooi, nieuw infra-project. In gesprekken die ik voor mijn onderzoek voerde wordt dan gemeld dat bestuurders graag lintjes komen knippen. Voor onderhoud krijg je niet altijd de handen op elkaar. Een tactiek kan zijn om nieuwe functionaliteiten toe te voegen aan infrastructuur, waardoor er andere financiële middelen kunnen worden aangeboord én meer partijen de kosten kunnen delen. De beheerder krijgt dan de garantie dat de infrastructuur in goede staat blijft; de bestuurder krijgt zijn project waar hij de krant mee kan halen. Iedereen tevreden zou je zeggen, maar het vraagt wel meer creativiteit en onderhandelingen. Zo bestaat het risico dat vervanging tussen wal en schip raakt, veroorzaakt door onderhoudsbudgetten die onder druk staan en het missen van kansen om andere belangen ‘mee te koppelen’.

John Friedmann (1926-2017)

johnfriedmann

Emeritus hoogleraar John Friedmann (UCLA) is vorige week overleden. Een uitgebreid in memoriam is te lezen op de website van UCLA. Friedmann was een van de founding fathers van de internationale planologie als wetenschap. Uit het in memoriam: “The vision that I had was that planning was not just a profession (…) We had to begin to theorize about planning, to start thinking what is planning? What should we expect from this social science-based profession that isn’t simply urban design or land use planning, but goes far beyond that?” Deze vragen uit 1969 culmineerden uiteindelijk in het boek Planning in the public domain (1987). Het is misschien wel zijn bekendste werk, dat nog steeds veel wordt aangehaald – al is het maar om te laten zien dat je je klassieken kent. In dit boek pleit hij voor het decentraliseren van planologie gebaseerd op een social learning aanpak – om kennis in actie om te zetten en vice versa. Met deze aanpak had planologie ook een sterke empowerment-functie. Hij was ook een bruggenbouwer tussen de Europese en Amerikaanse planologietradities, zo valt te lezen: hij combineerde het Europese intellectualisme met het Amerikaanse pragmatisme. Friedmann werd 91 jaar.

Een dans van intenties en spontaniteit

horlingsinauguratie.jpg

Sinds vorig jaar is hoogleraar Ina Horlings onze nieuwe collega. Afgelopen dinsdag hield ze haar inaugurele rede in de Aula in Groningen. Het was mooi om te horen hoe ze haar idealen verbond met haar onderzoek. Centraal in haar oratie stonden twee vragen: waar doen we het als planologen voor en waarom? De mens en die waarden die hij of zij aan een plek hecht nemen dan ook een belangrijke rol in Horlings’ onderzoek. Haar nadruk ligt sterk op het intersubjectieve – wat mensen gezamenlijk overeenkomen. Ze voegde daarmee een belangrijk element toe aan hoe planologie door veel van mijn collega’s in Groningen wordt bedreven. Deze collega’s gebruiken een complexiteitsperspectief om de ontwikkeling van plekken te bekijken. Horlings stelt terecht dat de politieke aspiraties – in wat voor ’n plek willen we leven? – niet altijd terug te zien zijn met een complexiteitsbril op. Hoe kunnen we dan toch een bepaalde richting op? Plekken ontwikkelen zich voor een deel autonoom (zelforganiserend), en voor een deel intentioneel (met een bewust doel). In de woorden van Horlings: planologie kan worden begrepen als een dans tussen collectieve intenties en spontane verschijningen. Planologen moeten op gepaste afstand blijven en ruimte laten aan burgers en ondernemers. De vindingrijkheid van deze groepen draagt uiteindelijk bij aan de plekken waar we samen naar streven.

Fluitend naar boven

Ventoux.jpg

Tijdens het wielrennen op en om de Mont Ventoux in Frankrijk kwamen we de raarste fietsen tegen. Vooral het aantal elektrische fietsen viel op; zelfs de grootste en lompste mountainbikes waren uitgerust met flinke accu’s. De Ventoux komt zo voor iedereen binnen handbereik. NRC Handelsblad schreef twee weken geleden al over de opmars van de e-bike. Eerst gingen de ouderen overstag, tegenwoordig lijken ook jongeren om, en ook onder forensen is het populair. Een leuk wetenschappelijk paper publiceerden Alexander Peine (Universiteit van Utrecht) en collega’s er vorig jaar over. Is de algemene theorie dat jongeren de ‘early adopters’ zijn van innovaties, de e-bike lijkt wat anders aan te tonen. Collega-promovendus Paul Plazier (Rijksuniversiteit Groningen) onderzocht waarom forensen kiezen voor de e-bike (lees hier een blog van zijn hand). Opvallend was onder andere dat participanten vaak kozen voor langere, maar mooiere routes op hun e-bike. De voordelen van de elektrische fiets lijken dan ook eindeloos: het is minder milieubelastend, het maakt je mobieler en je beweegt meer. Zoveel zelfs dat je de Ventoux op kan.

Veel recent fietsonderzoek en -ontwikkelingen zullen de aankomende dagen samenkomen op het Europese Velo-city congres in Nijmegen en Arnhem.

De 5 (12)

Op Spotify verzamel ik de nummers die ik veel op werk luister. Elke maand voeg ik er vijf aan toe. Vandaag aflevering twaalf – we zijn een jaar rond!

Phoenix – Bourgeois

Geweldige Franse band, die binnenkort met een nieuw album komt. Hier een oudje van hun vorige album Bankrupt! (2014).

Owen Pallett – Song for Five & Six

Begin deze maand kwam ik het album In Conflict (2014) van Owen Pallett tegen, die vaak de strijkers verzorgt bij bands als Arcade Fire en Caribou. Zijn solowerk is ook erg interessant. Op dit album werkte hij onder andere samen met Brian Eno – het is daarmee een stuk hypnotischer dan bijvoorbeeld het eerder verschenen Heartland.

Baio – PHILOSOPHY!

Het soloproject van de bassist van Vampire Weekend leidt tot dit lekkere nummer.

Cee Lo Green – Cry Baby

Cee Lo Greens album The Lady Killer (2010) is zo’n album wat je stiekem best vaak nog opzet. Onder andere vanwege dit nummer.

La Roux – Uptight Downtown

La Roux ademt jaren tachtig, en dit openingsnummer van het album Trouble in Paradise (2014) doet denken aan David Bowie.

Verschillende institutionele brillen

spoorbrug zwolle.jpg

Op dit moment werk ik aan een theoretisch stuk over institutionele theorieën. Hoewel er vele ‘new institutionalisms’ zijn, onderscheid ik twee stromingen (gebaseerd op o.a. DiMaggio, 1998): eentje geworteld in de nieuwe institutionele economie, de ander in sociaal constructivisme. De nieuwe institutionele economie veronderstelt rationeel opererende actoren die maximaal nut nastreven; het sociaal constructivisme kijkt veel meer naar wat (groepen) mensen als passend beschouwen. Het samenbrengen van deze twee is enigszins ambitieus: het zijn twee grote, afzonderlijke wetenschappelijke velden. Mijn doel is dan ook niet om tot één overkoepelend raamwerk te komen waarin ik beide brillen integreer. Eerder wil ik de overeenkomsten en verschillen laten zien als je vanuit deze twee perspectieven redeneert. Ze hebben meer gemeen dan je in eerste instantie zou denken, bijvoorbeeld als je bedenkt dat transactiekosten in de nieuwe institutionele economie vaak gepercipieerde kosten zijn. Gezamenlijk leveren de twee brillen volgens mij dan ook een rijker (meer complementair) beeld op: organisaties kijken niet alleen naar efficiëntie of het bereiken van maximaal nut, maar ook wat legitiem is – daar kan dan uitkomen dat ze toch doorgaan met iets terwijl het inefficiënt is. Omgekeerd kan je het ook stellen: het nastreven naar efficiëntie beïnvloedt dominante discoursen. Tot zover even: veel ideeën, nu de uitwerking…

Jane Jacobs in Vinkhuizen

Vinkhuizen.jpg

Door de ogen van Jane Jacobs keken we donderdag naar Vinkhuizen in Groningen. Wandelingen met haar naam vinden plaats over de hele wereld en zijn een eerbetoon aan de in 2006 overleden journaliste en activiste. We keken naar vier van haar principes: variatie in gebouwen, de dichtheid, multifunctionaliteit, korte blokken. Vinkhuizen is een naoorlogse wijk ten westen van de Groningse ringweg vol met typische modernistische architectuur. Daarmee is het niet een typische Jane Jacobs wijk. Gelukkig is er flink geïnvesteerd in deze buurt de laatste twee decennia, waardoor sommige ‘stempels’ van woningen vernieuwd zijn, net als het winkelcentrum. Er is dus meer variatie dan je als buitenstaander zou denken; de principes van Jacobs zie je dus tot op zekere hoogte zeker terug. Punt voor verbetering is het aanpakken van de nog steeds autogerichte buurt, met brede wegen als barrières tussen buurten. Ook zou het wijkcentrum Vinkhuys, in een oude boerderij, meer centraal kunnen staan in de buurt. Waarom is het niet verbonden met het nieuwe winkelcentrum met inwisselbare ketens als Albert Heijn, Etos en Aldi? De deelnemers, allemaal niet woonachtig in de wijk, zaten vol ideeën, maar zoals ook in het etentje na afloop werd bediscussieerd: wat vinden de bewoners zelf?

Jane’s Walk in Vinkhuizen werd georganiseerd door het onderzoeksconsortium R-Link en Pakhuis De Zwijger.