De opkomst van programma-denken

Beatrixsluis

Afgelopen woensdag was ik te gast bij een teamdag van het Sluizenprogramma van Rijkswaterstaat. De Nederlandse wegen- en waterbouwsector werkt steeds vaker in programma’s. Rijkswaterstaat wil ‘meer doen met minder’ en het liefst één geluid naar buiten laten horen. Programma’s kunnen dit faciliteren, hoopt Rijkswaterstaat: er kan meer onderling uitgewisseld worden, er kunnen makkelijker standaarden worden ontwikkeld, en er kan samen naar buiten getreden worden. Alles om de efficiëntie, de uniformiteit en de voorspelbaarheid te vergroten. Ik hoorde op de teamdag enthousiaste verhalen over wat een programma te bieden heeft, zoals toegepast bij het Sluizenprogramma, maar ook bijvoorbeeld bij het megaproject Schiphol-Amsterdam-Almere. Twee observaties. Eén: het ‘programma-denken’ resulteert in een nieuwe ‘wij-zij’ verhouding. Het gangbare ‘project-denken’ beschouwde alles buiten het project als irrelevant; deze grens wordt nu succesvol opgerekt naar alles buiten het programma. Afstemming binnen de organisatie (in Rijkswaterstaat-termen: met ‘de lijn’ of ‘de beheerder’) of buiten de organisatie (met marktpartijen, lokale overheden en andere stakeholders) blijft echter een punt van aandacht. Twee: de toegevoegde waarde van het programma kan nog veel groter. In deze operationalisatie ondersteunt het programma de afzonderlijke projecten. Het neigt daarmee naar ‘project plus’. Andersom bestaat echter ook: projecten ter ondersteuning van een programma, zoals Ruimte voor de Rivier of Beter Benutten. Het is met name in zulke voorbeelden dat een programma echt meerwaarde kan bieden.

Het Sluizenprogramma van Rijkswaterstaat, wat ik nu zo’n jaar volg, is een van de centrale cases in mijn promotieonderzoek.

Het succes van Q-link

qlink

Erwin Stoker, hoofd ontwikkeling bij het OV-bureau Groningen-Assen, hield op 15 februari jl. een enthousiast verhaal over de bus in Groningen en omgeving. Prachtige afkortingen als BOV (Bus Op Vluchtstrook) werden afgewisseld met klinkende cijfers. Sinds de introductie van Q-link worden op sommige lijnen 20 tot 30% meer passagiers vervoerd. De P+R’s om de stad zijn erg populair, de klanttevredenheid stijgt. De verwachting is dat alleen maar meer mensen (zowel forenzen als ‘sociaal-recreanten’) vanaf die P+R’s met de bus de stad in zullen komen. Het OV-bureau ontleent haar bestaansrecht aan hoge reizigersaantallen en korte reistijden, het liefst met een OV-netwerk dat zo min mogelijk onderbroken wordt. Iets wat ontzettend goed lijkt te gaan, maar ook botst met andere belangen. De Groninger gemeenteraad stemt bijvoorbeeld binnenkort waarschijnlijk in om bussen van de Grote Markt te weren: de ‘huiskamer’ van de stad wordt te druk.

De lezing van Erwin Stoker werd georganiseerd door Ibn Battuta, de studievereniging van de faculteit Ruimtelijke Wetenschappen (RUG). De plannen van de Gemeente Groningen met de Grote Markt zijn te vinden in het visiedocument Bestemming Binnenstad.

Uit de vicieuze cirkel

Zeesluis IJmuiden

NRC Handelsblad berichtte dit weekend over Zeesluis IJmuiden; een van de infrastructurele megaprojecten de aankomende jaren in Nederland. Centraal in het artikel staat hoe het consortium OpenIJ (een samenwerking van BAM, VolkerWessels en DIF) de aanbesteding won met een opmerkelijk laag bod. “We dachten eerst: néé toch”, aldus projectleider Jaap Zeilmaker namens opdrachtgever Rijkswaterstaat in NRC. Rijkswaterstaat wil namelijk graag voorbij het ‘prijsduiken’ en ‘vechtcontracten’ na slechte ervaringen bij vorige projecten. In een eerder onderzoek van Tim Busscher en mij komt naar voren dat vanuit de praktijk hierover enige scepsis bestaat. Er heerst nog steeds een zekere mate van wantrouwen tussen Rijkswaterstaat en marktpartijen. Een geïnterviewde vatte het als volgt samen. Rijkswaterstaat is wijs geworden door de markt, die de boel constant belazerd heeft. De markt krijgt ondertussen alle risico’s in zijn maag gesplitst en heeft te maken met een opdrachtgever die meer wil dan gevraagd. De onlangs gepresenteerde Marktvisie laat zien dat er inmiddels druk wordt gewerkt om uit deze vicieuze cirkel te komen.

Het artikel uit NRC Handelsblad van Mark Duursma en Carola Houtekamer staat hier. Het rapport dat Tim Busscher en ik in opdracht van MultiWaterWerk (Rijkswaterstaat) schreven is te vinden in het archief van de Rijksuniversiteit Groningen.

De torens van San Gimignano

san-gimignano

De (over-)overgrootouders van Frederic Salvucci, verbonden aan MIT, woonden vroeger in het Italiaanse San Gimignano. Het stadje had in de Middeleeuwen te maken met steeds meer overvallen. De welgestelden uit de stad begonnen met het bouwen van torens om hun bezittingen te beschermen. Deze torens zijn nu een van San Gimignano’s bekendste attracties. Later besloot de gemeente dat het zo niet meer kon: het werd tijd om een muur om de stad te trekken en dieven op afstand te houden. Salvucci trok op het congres Infrastructure Innovation in a Changing Environment (20 november jl.) de parallel met klimaatadaptatie in Boston (Verenigde Staten). Ook nu zie je dat de welgestelden – de rijkere buurten, het ziekenhuis – hun bezittingen in veiligheid brengen, door bijvoorbeeld gebouwen op te hogen of kwetsbare ICT naar hogere verdiepingen te verplaatsen. De zwakkeren hebben het nakijken. Salvucci stelde (retorisch) de vraag of Amerikanen niet beter gezamenlijk kunnen optrekken, à la het Nederlandse model. Of zou er zich eerst een crisis moeten voordoen?

Dag Albert Cuyp, hallo Achterhoek

maxwellcafe

Afgelopen weekend stond een leuk stuk van Hannah Jansen Morrison in Trouw over haar sprong van Amsterdam naar de Achterhoek. Hoewel de wereld in rap tempo verstedelijkt, is er ook een tegenbeweging op gang gekomen (counterurbanisation). Het gaat om stedelingen die naar het platteland verlangen – de rurale idylle – en de stad verlaten. Morrison’s interessantste observatie vond ik dat je op het platteland onderdeel wordt van de lokale gemeenschap, terwijl je in steden als Amsterdam alleen maar je ‘peer group’ tegenkomt. Ate Poorthuis en collega’s concludeerden eerder iets vergelijkbaars in een blog voor Ruimtevolk: “hoogopgeleide, jonge kenniswerkers (…) springen van binnenstad naar binnenstad”. Elke groep krijgt zo zijn eigen plekje in de stad, we komen elkaar steeds minder tegen. En inderdaad: ook ik stond afgelopen zaterdagavond vrolijk biertjes van Stadsbrouwerij ’t IJ te drinken in een hip café in Amsterdam-Oost, en met mij nog veel andere hoogopgeleide leeftijdsgenoten. Hoeveel van hen zullen net als Morrison de stap maken naar de Achterhoek?

Het stuk van Morrison is hier te lezen; het blog van Poorthuis en collega’s staat hier.

Onder de oppervlakte

hedwigepolder

Op 1 februari zond de VPRO de mooie film Onder de oppervlakte uit over de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen. De documentaire is geregisseerd door Digna Sinke. Het is een prachtig voorbeeld waarin Bent Flyvbjerg’s ideeën over macht en rationaliteit duidelijk te zien zijn. Sinke raakt de weg kwijt in het politieke proces rondom het ontpolderen van de Hedwigepolder. Ministers komen en gaan, de Vlamingen houden hun poot stijf en de Zeeuwen tasten in het ongewisse. Zoals Flyvbjerg al stelde: macht volgt een rationaliteit die rationaliteit niet kent.

De documentaire is hier terug te kijken. Het boek van Bent Flyvbjerg heet Rationality and Power: Democracy in Practice (1998) en volgt de ontwikkelingen in het stadscentrum van Aarhus (Denemarken).