Adaptief worden: een lastige balans

JamesMarch.jpg

‘Adaptief denken’ is steeds populairder; het lijkt echt op een nieuw discours in de planologie en, breder, de bestuurskunde. Centraal staat het idee dat je je moet kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden. En dat die omstandigheden continu veranderen, dat lijkt wel duidelijk. Hoe moeten we op anticiperen op klimaatverandering? Gaat de zelfrijdende auto echt zo’n grote invloed hebben op ons transportgebruik? Opvallend is dat er, gegeven deze situatie, weinig wordt geput uit de organisatieliteratuur. Frans Berkhout en collega’s schrijven echter al in 2006 dat het verkrijgen van adaptieve capaciteit sterk lijkt op een proces van organisational learning. In de organisatieliteratuur is veel te vinden over hoe organisaties zich moeten verhouden tot hun omgeving. Een voorbeeld is het vaak aangehaalde argument uit 1991 van James March (Stanford University). Hij stelt dat, in een veranderende omgeving, het belangrijk is zowel nieuwe paden te blijven verkennen (exploratie), alsmede het bestaande te verbeteren (exploitatie). Het is niet zozeer de keuze tussen één van twee, het gaat om het zoeken naar een optimale balans. Het opbouwen van adaptieve capaciteit wordt dan een balanceeroefening waarin organisaties ruimte geven voor nieuwe initiatieven en experiment, terwijl ze ondertussen ook hun bestaande praktijk bijschaven – alles om goed in te kunnen spelen op nieuwe omstandigheden.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s