De 5 van juni

Tijd voor een vaste rubriek: de 5. Aan het eind van elke maand de vijf nummers die ik die maand veel heb geluisterd tijdens het werk. Op Spotify is de playlist te vinden, ik zal ‘m elke maand aanvullen. Luister ‘m hier.

Anderson .Paak – Am I Wrong (ft. ScHoolboy Q)

Het hele album (Malibu), begin van dit jaar uitgekomen, luister ik veel. Soulvolle hiphop. Dit is mijn favoriet.

Todd Terje & The Olsens – Do You Wanna Bump

Todd Terje maakte altijd al veel edits van disconummers uit de jaren ’70 en ’80. Nu heeft hij een EP met covers van vergeten discohits, zoals deze bewerking van Boney M.’s Do You Wanna Bump.

Electric Light Orchestra – Evil Woman

Gehoord bij Stage FOUR op Best Kept Secret. Wordt er nog steeds vrolijk van.

Kakkmaddafakka – Someone New (Roosevelt Remix)

Een van de laatste nummers van DJ Supermarkt op Best Kept Secret, bekend van zijn Too Slow to Disco project. Een fijne remix van Roosevelt uit 2013.

Wild Nothing – TV Queen

Zijn vorige album luisterde ik heel veel. Op Best Kept Secret gaf hij een goed optreden, en vond ik vooral dit nummer mooi. Van zijn nieuwe album Life of Pause.

Advertenties

Inspelen op aanleg 2.0

Limmel.jpg

Publieke infrastructuurbeheerders als Rijkswaterstaat staan voor een grote vervangingsopgave van hun netwerken. In plaats van nieuwe infrastructuur aan te leggen zullen we steeds meer infrastructuur moeten gaan vervangen en vernieuwen. Een soort ‘aanleg 2.0′. Hier adequaat op inspelen als organisatie is noodzakelijk, en vraagt om een strategische herpositionering. Deze herpositionering heb ik geanalyseerd in een artikel door middel van frameanalyse. Organisaties interpreteren de omgeving en vormen bepaalde frames hoe ze die omgeving aan moeten pakken. Uit deze frames volgen vervolgens strategieën. Herpositionering vraagt om het herzien van zowel de frames (hoe positioneren we onszelf) als de strategieën (hoe gaan we te werk). Het laatste, echter, komt veel meer voor. Het bestaande verbeteren is nou eenmaal fijner en vertrouwder dan de eigen missie en ambities kritisch tegen het licht houden. Binnen Rijkswaterstaat zie je ook zo’n patroon. Projecten worden steeds slimmer ingericht, er wordt veel meer samen opgetrokken tussen projecten, bijvoorbeeld in programma’s, en met marktpartijen. Er is dus duidelijk een verschuiving te zien; een verschuiving die ik duid als van een ‘manager-frame’ richting een ‘partner-frame’. Deze verbetering is het resultaat van het optimaliseren van bestaande werkwijzen. De missie zelf is nauwelijks écht ter discussie komen te staan, terwijl ‘aanleg 2.0’ daar wel om lijkt te vragen.

Een Noordzee vol klimaatdoelen

IABR.jpg

Op de de Internationale Architectuur Biënnale Rotterdam 2016 (IABR) werd onder andere verbeeld hoe de Noordzee een rol kan spelen in de energietransitie. Zoals IABR zelf stelt, de opgave om Europese klimaatdoelstellingen in 2050 te halen is “een (ruimtelijke) opgave die nog altijd flink wordt onderschat. Op land zullen we alles uit de kast moeten halen op het gebied van energiebesparing, centrale en decentrale initiatieven met zonnepanelen, wind, biomassa, geothermie, restwarmte, enzovoorts. Zelfs met een maximale inspanning zal dit alles ontoereikend blijken.” De visualisaties op het IABR laten weinig aan de verbeelding over: de relatief ondiepe Noordzee komt vol met windmolens te staan om de klimaatdoelen te behalen, waar de omliggende landen (Noorwegen, Denemarken, België, het Verenigd Koninkrijk en Nederland) van kunnen profiteren. Het ontwerpend onderzoek is expres provocatief om te laten zien dat kleine, sympathieke energie-initiatieven verre van toereikend zullen zijn; er is meer, veel meer nodig om fossiele brandstoffen uit te bannen. Een Noordzee vol met windmolenparken en leidingen laat zien dat het kan. Tegelijkertijd is het een ongemakkelijke waarheid die de Noordzee in een compleet ander perspectief plaatst.

De IABR heeft als thema The Next Economy en is gecureerd door Maarten Hajer (oud-directeur PBL, tegenwoordig Universiteit Utrecht). De biënnale is nog tot 10 juli te bezichtigen in de Fenixloods in Katendrecht, Rotterdam.

Pieken in de delta

neerslagjuni

Hoe ging het gezegde ook alweer? “Geef ons heden water en brood, en af en toe een watersnood”; een graag gebezigde spreuk in waterschapland. De heftige regenval de afgelopen maand maakt dat de waterschappen gisteren de noodklok luiden in de Volkskrant. Er is in Limburg en Oost-Brabant al meer dan 120 mm regen gevallen in juni (gemiddeld valt er per jaar zo’n 800 mm neerslag). Het Volkskrant-artikel draagt allerlei tips aan voor op en om het huis om de piekbuien op te kunnen vangen. Leg een groen dak aan, zet een waterton neer, haal je tegels uit de tuin – dat werk. Gemeenten kunnen in de stedelijke omgeving wadi’s of een waterplein aanleggen, zoals het succesvolle Benthemplein in Rotterdam. Het past binnen het Nederlandse beleid van ‘water vasthouden, bergen, afvoeren’. Eerst het water zoveel mogelijk vasthouden, dan bergen in oppervlaktewater, en pas als het echt niet anders kan afvoeren naar het riool. Alles is gericht op het ontlasten van het rioleringsstelsel, de piek wordt uitgesmeerd over een langere periode. Volgens mij is de noodzaak hierover zeker doorgedrongen onder waterprofessionals (waterschap, gemeente, provincie). Het is de nieuwe realiteit voor deze professionals, de noodklok luiden lijkt me dan ook wat overdreven. Het grotere publiek – boeren, burgers – is zich hier nog minder van bewust en wordt opeens geconfronteerd met ondergelopen straten of akkers die blank staan. Zoals NOS-weerman Gerrit Hiemstra eerder deze maand al zei: welkom in het nieuwe klimaat!

Bovenstaande afbeelding is afkomstig uit de Volkskrant (21 juni jl).

Modelleren van complexe systemen

frankhauser.jpg

In een serie Planning & Complexity seminars was afgelopen week hoogleraar Pierre Frankhauser (Université de Franche-Comté) te gast. De modelmatige aanpak uit de geografie kwam langs met onder andere Torsten Hägerstrand en Walter Christaller. Deze aanpak, vaak kwantitatief en positivistisch van aard, heeft in de geografie veel kritiek gekregen. Zie bijvoorbeeld hoe in Nederland de Centrale Plaatsentheorie van Christaller vorm heeft gekregen in de Noordoostpolder. Frankhauser presenteerde een een verbeterde versie hiervan, samen te vatten als ‘Christaller 2.0’. In deze versie wordt complexiteit omarmd en als een gegeven beschouwd. Maar hoe kan je complexe systemen modelleren? Het antwoord van Frankhauser was paradoxaal genoeg dat complexiteit moest worden vermeden voor het modelleren van complexe systemen. Het aantal variabelen moet daarom worden beperkt. Frankhauser liet mooi zien hoe modellen veel geavanceerder zijn geworden. Zulke modellen kunnen zeker helpen om inzicht te geven in hoe de wereld werkt, en welke factoren met elkaar samenhangen, maar de voorspellende waarde moet niet worden overschat. Helemaal niet als je uitgaat van complexe systemen, lijkt me: een kleine verandering kan volgens deze theorieën het zetje zijn voor grootschalige systeemveranderingen.

Protest in de Amazone

SAM_1106.JPG

De Braziliaanse Amazone is meer dan alleen een oneindig regenwoud. Het regenwoud wordt onder andere doorkruist door miljoensteden (Manaus, Belém), grootschalige landbouw en mijnbouw. Ook zijn er enkele stuwdammen gebouwd om waterenergie op te wekken. In het regenwoud wonen echter vele volkeren, die zulke ontwikkelingen vaak met argusogen bekijken. Omdat ze relatief weinig in de melk te brokkelen hebben, ageren ze er dan ook hevig tegen. Philippe Hanna onderscheidde tweehonderd (!) vormen van protest in zijn proefschrift, waar hij afgelopen donderdag in Groningen op promoveerde. Simpelweg flyeren in de grote stad voldoet al lang niet meer. Tegenwoordig worden zelfs Hollywood-acteurs uit de kast gehaald, om maar de druk op de bedrijven achter de ontwikkelingen op te voeren. Hanna focuste vooral op de inheemse volkeren, die alles in de strijd gooien om hun leefgebied te behoeden voor de ondergang. Zo nodig worden er tradities aangedikt om maar te onderstrepen dat hun manier van leven wordt aangetast. Met nieuwe instrumenten als Free, Prior and Informed Consent wordt getracht deze groepen meer een stem te geven. Bedrijven moeten dan eerst toestemming hebben om aan de slag te kunnen. Tijdens Hanna’s verdediging bleek dat zulke instrumenten juridisch redelijk zwak zijn om echt potten te breken. Het blijft neerkomen op de moraal van bedrijven zelf. Die vaak ook nog eens grotendeels in publieke handen zijn.

Water als ordenend principe

colijnsplaat.jpg

Boeken als De staat van de delta (Han Meyer, TU Delft) en De hongerige stad (Carolyn Steel) ontrafelen mooi de opbouw van steden. Carolyn Steel gaat in op hoe het voedsel in de stad krijgen een structurerend principe was voor stedenbouw. Denk aan kanalen en straten als het Boterdiep in Groningen. Han Meyer doet iets vergelijkbaars, maar dan over hoe water Nederlandse dorpen en steden heeft gestructureerd. Om een idee te geven: het dorp Colijnsplaat op Noord-Beveland, gesticht in 1598, is bijvoorbeeld een voorstraatdorp. Een voorstraatdorp heeft een dijk waar niet op gebouwd mocht worden vanwege de veiligheid. Haaks op de dijk staat de Voorstraat (zie afbeelding), met een kring van straten eromheen. Op de dijk stond eerst een schans, tegenwoordig is het een raadhuis. Hoewel water een belangrijk structurerend element blijft, lijken Nederlanders zich hier maar matig bewust van te zijn. Dat we woonwijken aanleggen op -5 meter NAP lijkt de normaalste zaak van de wereld. De geweldige dynamiek in de Nederlandse delta die Meyer beschrijft in zijn historische analyse laat juist zien hoe vaak zulke stukken land veranderd zijn de afgelopen eeuwen. En deze dynamiek gaat gewoon door, zie bijvoorbeeld de discussie rondom de Hedwigepolder, het kierbesluit bij het Volkerak, of de opkomst van drijvende woningen.