De 5 (3)

Tijd voor de derde aflevering van de 5, ofwel: de vijf nummers die ik deze maand veel heb geluisterd tijdens het werk. De nummers zijn te beluisteren in deze Spotify-playlist.

NAO – Happy

Leuk, nieuw album (For All We Know) van zangeres NAO met dit nummer als uitschieter.

Neneh Cherry – Dossier

Aanrader is Blank Project, het album van Neneh Cherry uit 2014 waar dit nummer op staat. Het album is geproduceerd door Four Tet.

The Vapors – Turning Japanese

Dit new wave-nummer komt uit 1980 en is erg grappig. Voor het eerst gehoord in de radioshow van dj St. Paul op KX Radio.

Thin Lizzy – Boys are Back in Town

Een klassiekertje uit 1976.

Låpsley – Operator (DJ Koze’s Extended Disco Version)

Een gladde discoremix van DJ Koze, maar wel heel leuk.

Grip op de vervangingsopgave

stuwen sambeek.jpg

Afgelopen vrijdag verscheen er een stuk van mijn hand in Verkeerskunde over de ontwikkeling van het Nederlandse vaarwegennet. Waar nu vaak projectmatig, met zo min mogelijk moeite het netwerk in stand wordt gehouden, vraagt de vervangingsopgave in de vaarwegen juist om een systematische en strategische aanpak. Zie ook een eerder blog hierover. Als aanvulling op het Verkeerskunde-artikel een mooi voorbeeld waarin die nieuwe aanpak terugkomt: Grip op de Maas uit 2015. Via platform De Bouwcampus hebben een aantal professionals gekeken hoe de vervangingsopgave van de stuwen in de Maas aangepakt kan worden. De resultaten daarvan zijn hier terug te lezen. De groepjes presenteerden mooie voorstellen hoe de Maas anders kan worden ingericht. Er waren ideeën om meer in te zetten op energie-opwekking, of om de beleving meer centraal te zetten. Dit soort ideeën zijn vervolgens uitgewerkt tot strategieën – strategieën die voorbij gaan aan het simpelweg ‘1-op-1’ vervangen. In de woorden van het project kan dit leiden tot “een optimaler ontwerp (anders dan 1:1 vervanging) voor de inrichting/het functioneren van de Maas als transportnetwerk.” Studies als deze dienen nu nog als kennisontwikkeling, maar zijn hard nodig om straks adequaat op de vervangingsopgave in te spelen.

Een luisterend oor?

omgevingsmanagement.jpg

NRC Handelsblad zette afgelopen woensdag de omgevingsmanagers van Rijkswaterstaat in het zonnetje. Zoals de kop het mooi samenvat: ‘de ingenieur heeft leren luisteren’. Omwonenden, bedrijven en lokale overheden eisen meer inspraak in het plannen en realiseren van infrastructuur. Deze golf van democratisering is al ingezet sinds de jaren ’70. Tegenwoordig heeft elk project zijn eigen omgevingsmanager. Deze manager onderhoudt het contact met de omgeving en probeert hun wensen zoveel mogelijk te verwezenlijken in de plannen. Als we kijken naar de participatieladder van Sherry Arnstein zien we dus dat Rijkswaterstaat langzaam een paar treetjes omhoog schuift. In hoeverre je echt van participatie kan spreken blijft de vraag. Omgevingsmanagement betekent vooral voorlichten en consulteren. Maar tot zekere hoogte kunnen omwonenden dus meepraten. De omgevingsmanager wordt vooral ingezet om de ‘hindermacht’ te beperken en te zorgen dat het project soepeltjes uitgevoerd kan gaan worden. Echt interessant wordt het als omwonenden actief mee kunnen gaan praten over tracébesluiten, maar dit gebeurt (nog) niet. Gemeenten experimenteren hier wel al veel meer mee, vaak op kleinere schaal uiteraard. Zouden deze lessen ook op hogere schaalniveaus, dus richting Rijkswaterstaat, kunnen worden toegepast?

Pokémon privilege

Pokemon.jpg

Mocht je ‘white privilege’ hebben, dan is de kans groot dat je ook ‘Pokémon privilege’ hebt. Op CityLab las ik dat er meer Pokéstops en Gyms zijn in witte, welvarender buurten dan in zwarte, minder welvarender wijken in Washington D.C. De locaties zijn geselecteerd door spelers van Ingress, de software waar de Pokémon Go app op gebaseerd is. Deze spelers zijn over het algemeen jong, welvarend, blank en man, waardoor de wijken waarin zij wonen oververtegenwoordigd zijn. Hoe erg is dit? We praten natuurlijk ‘slechts’ over het vangen van Pikachu’s. Andere apps en websites laten echter vergelijkbare verschillen zien. De bezienswaardigheden in Google Maps zijn bijvoorbeeld merendeels toegevoegd door dezelfde jonge, blanke, witte mannen. Is dat niet een te beperkte bril? Ondanks de sterk gegroeide aandacht voor participatie in ruimtelijke planningsprocessen blijft het verdomd lastig om een inclusief planningsproces te organiseren waarin iedereen – juist ook minderheden – gehoord wordt. Digitale initiatieven worden geroemd om hun toegankelijkheid (voor iedereen bereikbaar), maar dit soort voorbeelden laat zien dat dat niet direct opgaat. De ongelijkheid verdwijnt dus niet zomaar met digitalisering.

Olympische overschrijdingen

Olympische Spelen Rio

Als hoogleraar in Oxford is Bent Flyvbjerg nu al ruim vijftien jaar bezig te ageren tegen megaprojecten. Zijn werk is klassiek in de infrastructuurwereld. De ramingen van projecten vooraf zijn bijna structureel te positief, om te zorgen dat de politiek akkoord gaat. Deze foute prikkel leidt bijna standaard tot projecten die gierend uit de klauwen lopen. In eerste instantie keken Flyvbjerg en collega’s naar infrastructurele projecten. Wegen worden bijvoorbeeld gemiddeld 20% duurder dan geschat. Ook Nederlandse bouwprojecten werden langsgelopen, denk aan de Betuwelijn en de HSL-Zuid (zie hiervoor het onderzoek van Bert van Wee en Chantal Cantarelli, TU Delft, zoals hier geïntroduceerd in Trouw.) De laatste jaren verschoof Flyvbjerg zijn aandacht naar publieke evenementen zoals de Olympische Spelen. In een recente studie, waar de Financial Times over bericht, blijkt dat de Spelen een gemiddelde kostenoverschrijding van 56% (!) hebben. De Spelen in Rio zitten daar net onder, met 51%. De studies van Flyvbjerg zijn bijna altijd confronterend: organiserende steden zeggen wel dat ze binnen budget zijn gebleven, maar die cijfers zijn zelden volledig. De Olympische Spelen worden daarmee een van de meest risicovolle ondernemingen voor een stad. Niet zo gek dat er nog maar weinig steden warmlopen voor het organiseren van zo’n evenement.

Op de fiets door Rio

fiets willem alexander rutte.jpg

Vorige week bezochten koning Willem-Alexander en premier Mark Rutte de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Op de fiets, uiteraard. Wij vinden de fiets zo gewoon dat we er niet eens meer van opkijken. Maar in welk land zie je de koning op de fiets voorbij komen? Naast de leiders van het land rijden ook vrijwilligers van het Nederlandse team op de fiets door Rio. De Wall Street Journal schreef erover. Heineken en Gazelle hebben honderden fietsen naar Brazilië verscheept. Niet alleen handig voor tijdens de Olympische Spelen, maar ook om Brazilianen de voordelen van de fiets te laten zien. Het past natuurlijk perfect in steden die te maken hebben met files. Zoals de WSJ echter al aangeeft: da’s lastig te verkopen in een land waar de auto nog steeds een statussymbool is. Ook zou de fiets onveilig zijn; je kan zo beroofd worden door zakkenrollers. De Nederlanders gaan desondanks onverstoorbaar door met het zoeken van nieuwe afzetmarkten voor de fiets. En zoals Marianne Vos afgelopen dagen liet zien, “geen straf, de fiets is het beste vervoermiddel!”

Verrommeling van de kust

kust

Juichende cijfers in de vastgoedwereld. Vastgoedmarkt schrijft dat “het aantal transacties van recreatiewoningen is in 2015 bijna verdubbeld ten opzichte van 2014: van 1.750 naar 3.130 transacties.” Vooral de kustprovincies Noord-Holland en Zeeland zijn populair blijkt uit een rapport van Bureau Stedelijke Planning. Vanwege de lage rente investeren spaarders graag in vooral nieuwe vakantiewoningen. In deze discussie wordt de ophef rond bouwen aan de kust niet of nauwelijks genoemd, constateert Cees-Jan Pen, lector aan de Fontys Hogeschool. Minister Schultz trok na veel kritiek haar plannen in om meer bebouwing aan de kust mogelijk te maken. Kritiek kwam onder andere van Natuurmonumenten; deze organisatie wil meer aandacht voor het open kustlandschap en natuurwaarden (zie ook hun platform Beschermdekust.nl). Lector Pen volgt die lijn in een bijdrage voor Cobouw, waarin hij een bezinningsbouwstop voorstelt. Inventariseer eerst de bestaande vakantieparken en hun leegstand, voordat nieuwe parken gerealiseerd gaan worden. Het Kustpact – een gepland visiedocument van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu in samenwerking met natuurorganisaties en andere belanghebbenden – kan vervolgens richting geven waar nog gebouwd kan worden. Zonder een goede coördinatie lijkt de kust anders te verrommelen.

Het rapport over recreatiewoningen, in opdracht van de NVM (Nederlandse Vereniging van Makelaars), is hier te bekijken.