De 5 (4)

In deze vierde aflevering van de 5 weer de vijf meest beluisterde nummers op werk. Luister ze anders in deze Spotify-playlist!

Sef – Ze Zeggen

Van het album In Kleur (2015, goede producties!) komt dit nummer.

Glass Animals – Life Itself

Onbekend voor mij op Best Kept Secret, maar nu luister ik het heel veel. Een beetje Yeasayer of Alt-J. Het onlangs uitgekomen album is erg goed (How To Be a Human Being); dit is de openingstrack.

Gold Panda – You

Eindelijk echt Gold Panda gaan luisteren. Dit is het mooie openingsnummer van het debuutalbum Lucky Shiner uit 2010.

Frank Ocean – Pyramids

Ik loop achter wat betreft Frank Ocean. Zijn tweede album is net uit, ik ben net begonnen aan z’n eerste channel ORANGE (een moderne klassieker volgens velen). Lekker (en lang) nummer. Alleen op Spotify.

Mozes and the Firstborn – Power Ranger

Het is het eerste nummer wat ik van deze Nederlandse band hoorde en zet ik eigenlijk best wel vaak op. Het nummer is helaas ook niet te luisteren op YouTube, wel op Spotify.

 

Platteland met potentie

wadden platteland.jpg

Met de toenemende verstedelijking zou je het platteland bijna vergeten. Doe dat vooral niet, betoogden een aantal cultureel geografen van mijn faculteit de afgelopen dagen op verschillende podia. De ruimte die ontstaat door krimp op het platteland is niet alleen maar leegte. Het is ook ruimte voor vergezichten, zo betoogde bijzonder hoogleraar Bettina Bock in haar oratie. En die ruimte wordt gebruikt – Dirk Strijker (ook bijzonder hoogleraar) schreef een optimistisch stuk over het economisch potentieel van het platteland voor Ruimtevolk. Bock ging in haar oratie in op de toenemende regionale verschillen; niet alleen tussen stad en platteland (“Randstad vs. Randland”), maar ook binnen plattelandsgebieden. De ene gemeenschap is beter in staat bepaalde dingen zelf te op te pakken dan de andere. Hoe ver laten we die verschillen oplopen? In de promotie van Koen Salemink – hier een stukje op Binnenlands Bestuur – wordt duidelijk dat er bijvoorbeeld nog steeds rurale gebieden te vinden zijn waar slechts een inbelverbinding is om te internetten. De grote kabelaars zien geen brood in de aanleg, soms vullen lokale initiatieven het gat. Bedrijven en bewoners op het platteland hebben echter wel fatsoenlijk internet nodig, helemaal nu steeds meer via het internet gaat. Het is de rural penalty: het platteland dat slechter toegang heeft tot basisvoorzieningen dan het stedelijk gebied. In hoeverre is slecht internet een probleem voor de overheid, en in hoeverre kunnen (of moeten) omwonenden dit zelf oplossen?

Het straatballet van Jane Jacobs

Jane Jacobs.jpg

Nu ik in Jane Jacobs’ klassieker The Death and Life of Great American Cities (1961) begonnen ben, speur ik automatisch naar ‘street ballets‘ op straat. Ik zag ze afgelopen weekend op de Klarendalseweg in Arnhem en de Burghardt van den Berghstraat in Nijmegen. Plekken die leven, en waar kinderen zich veilig kunnen begeven. Planologen moeten de straat op, vindt Jacobs. Zelf dus kijken hoe de stad functioneert en patronen ontwaren, in plaats van rationeel plannen te maken en ‘op te leggen’ aan gebieden. Wijken die een slechte naam hebben blijken in de praktijk dan vaak best mee te vallen. Er is namelijk sociale controle op straat, door een mix van woningen, winkeltjes, parken en kantoren. Van buitenaf misschien een chaos, maar wel een levendige en veilige chaos: een waar straatballet. Dát moet gestimuleerd worden, in plaats van ordentelijk de ruimte in te willen richten. In 1961 stond deze boodschap haaks op de tijdsgeest, zeker in de Verenigde Staten, en sloeg in als een bom. Haar boodschap heeft veel navolging gekregen en ze is nog steeds ongekend populair onder planologen. Dit jaar is, vanwege haar honderdste geboortejaar, door sommigen zelfs al het Jane Jacobsjaar genoemd.

Utopisch denken

blauwprintplanning.jpg

Rutger Bregman (de Correspondent) breekt een lans voor het hebben van nieuwe vergezichten in zijn boek Gratis geld voor iedereen (2014). “Dromen worden de wereld uitgehamerd”, stelt Bregman. Immers: de wereld is niet maakbaar. Eerstejaarsstudenten planologie krijgen ook al snel te horen hoe verkeerd ‘blauwdrukplanning’ wel niet is. De planoloog is inderdaad geen social engineer die met wat gesleutel in de ruimte (een woonwijkje hier, een park daar) de werkelijkheid naar zijn hand kan zetten. Maar dat betekent niet dat dromen niet meer mag. Aldus een citaat van de Wiardi Beckman Stichting dat Bregman opvoert: “Men moet een beeld van de toekomst hebben, dat radicaal anders is dan nu.” In dat opzicht is het deze week gepresenteerde plan van het kabinet om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben interessant. Geen afval meer, maar grondstoffen hergebruiken. Ook ambitieuze klimaatplannen, zoals het klimaatakkoord, zijn mooie voorbeelden. Zulke utopieën dwingen tot anders denken en kunnen, in de woorden van Bregman, “de ramen van het denken weer open zetten”. Transformaties worden echter helaas tegengehouden door gevestigde belangen, schrijft Bert Wagendorp in de Volkskrant. Bregman schrijft dat we daarom naast utopisch denken ook geduldig moeten zijn: het kan wel een generatie voordat ideeën breder geaccepteerd worden.

De vele gedaantes van het Ciboga

stadsstrand ciboga.jpg

Het populaire stadsstrand op het Ciboga-terrein in Groningen mag blijven. Dagblad van het Noorden berichtte vorige week dat de nieuwe uitbaters van het Infoversum het beheer zullen overnemen van de gemeente. Het stadsstrandje is onderdeel van een groter project om het oude Ciboga-terrein een “oppepper” te geven. Onder de vlag van Open Lab Ebbinge zijn er de afgelopen jaren meerdere initiatieven gestart, met meerdere paviljoens en horeca als Het Gasfornuis en Oberland. Een deel is inmiddels alweer verdwenen; Open Lab Ebbinge is en was vooral een tijdelijk experiment. Nu er weer appartementen worden gebouwd, en The Student Hotel is gerealiseerd, wordt het gebied steeds ‘normaler’. Open Lab Ebbinge houdt daarmee ook op te bestaan. Het project heeft het gebied mogen invullen tijdens de magere crisisjaren en heeft zo het niemandsland van het Ciboga-terrein weer op de kaart gezet. Een paar jaar geleden was er sprake van dat de paviljoens als een circus door de stad zouden gaan trekken. De nieuwe bestemming zou het braakliggende Suikerunieterrein worden, maar dat lijkt zijn eigen weg te kiezen. Het team van Ploeg id3 heeft nieuwe plannen voor dat terrein, met nieuwe paviljoens en voorzieningen.

Redenen voor een nieuwe zeesluis

Zeesluis IJmuiden1.jpg

Als er een groot infrastructureel werk wordt gebouwd rukken de nationale media bijna standaard uit. Deze week viel de eer te beurt aan de zeesluis bij IJmuiden. De NOS, De Telegraaf, het AD: ze deden er allemaal verslag van. Een kritischer geluid was dit weekend te lezen in een opiniestuk van Bas Amelung (Wageningen Universiteit) in Het Parool. De kritiek richtte zich op de lokale autoriteiten die lobbyden voor de bouw van deze gigantische sluis. Inderdaad had wat de beheerder (Rijkswaterstaat) betreft de huidige sluis nu nog niet vervangen hoeven te worden, laat staan vergroot. Het Havenbedrijf van Amsterdam, samen met de provincie Noord-Holland en de gemeente Amsterdam, heeft zich sterk gemaakt om dit wel voor elkaar te krijgen. De meerkosten die dit met zich mee bracht komen voor rekening van de gemeente en de provincie (respectievelijk €105 en €57 miljoen). Volgens Amelung staat de businesscase echter op instorten. De redenen voor snelle uitbreiding – agribulk, doorvoer van steenkool en containers – staan namelijk onder druk. Je zou ook kunnen zeggen dat even verderop al een grote haven ligt die hier goed in is: de Rotterdamse haven. Een eerdere maatschappelijke kosten-batenanalyse uit 2004 van de Zeesluis IJmuiden liet al zien dat bij het bouwen van een nieuwe grote sluis de baten niet opwegen tegen de kosten. De bouw is desondanks afgelopen woensdag officieel gestart.

Een pallet van asset management

asset management zutphen.jpg

In het tijdschrift Water Governance is een special te vinden over asset management (helaas nog niet online). Asset management is een groeiend vakgebied, omdat beheerders (waterbedrijven, overheden) door het ouder worden van hun infrastructuur steeds meer aandacht hebben voor hun – zoals ze het zelf vaak noemen – ‘spullenboel’; de assets dus. Geert Roovers (Antea / Saxion Hogeschool) en Arwin van Buuren (Erasmus Universiteit Rotterdam) leveren een bijdrage over verschillende typen asset management. Er zijn de rekkelijken en de preciezen. De preciezen houden hun eigen objecten zo goed mogelijk in stand en zullen niet veel meer doen. De rekkelijken proberen een stapje verder te gaan en maatschappelijke meerwaarde te creëren. Dit kan door je assets open te stellen voor anderen, zodat er bijvoorbeeld ook energie kan worden gewonnen. Of je kan zelf actief zoeken naar andere partijen om gezamenlijk waarde toe te voegen aan je assets. Het wringt soms tussen de verschillende stijlen asset management. Een nauwe taakopvatting en teruglopende budgetten zorgen bijvoorbeeld voor precieze beheerders die niet snel hun boekje te buiten gaan. Naar gelang de situatie moet je in staat zijn de juiste stijl asset management in te zetten. Roovers en Van Buuren concluderen echter dat veel asset managers slechts één stijl bezitten en weinig kunnen schakelen. De uitkomst is dan rigide asset management waar win-winsituaties gemist worden.

Een vergelijkbaar verhaal van Roovers en Van Buuren is eerder verschenen in Rooilijn en hier terug te lezen.