De 5 (5)

In de vijfde aflevering van de 5 presenteer ik de vijf nummers die ik afgelopen maand veel luisterde op werk. Luister deze (en de vorige edities) in een Spotify-playlist.

Talking Heads – Once in a Lifetime

In een mix van 2manydj’s hoorde ik dit prachtige nummer weer eens. Same as it ever was!

Spinvis – Bagagedrager

Het eerste nummer op het debuutalbum van Spinvis uit 2002. Lekker melancholisch, en dan ook nog die tekst.

Arcade Fire – The Suburbs

Het openingsnummer van Arcade Fire’s gelijknamige album is een goed doorwerknummer.

Chilly Gonzales – Siren Song

Vrolijk nummer van de piano-maestro Chilly Gonzales. Alleen op Spotify te vinden.

Justice – Randy

Oké, ik ben een beetje een fanboy, maar ook deze nieuwe single is sterk. En opbeurend als het even niet meezit.

Zeeland recreatieland

harbour village de zilveren schor.jpg

Fietsend over Walcheren (Zeeland) zie je in veel dorpen nieuwe recreatieparken worden ontwikkeld. Zeeland blijft onverminderd een recreatieland, iets wat Jaap Fisscher in 1961 al zong. Enkele voorbeelden: er verrijzen luxe vakantiewoningen in Harbour Village De Zilveren Schor aan het Veerse Meer, in Zoutelande wordt een “duinhotel” ontwikkeld, en camping De Boomgaard in Westkapelle breidt flink uit met chalets. Dat is nodig, want “de toerist is veeleisend, wispelturig en niet meer in één hokje (doelgroep) te plaatsen”, aldus de Structuurvisie gemeente Veere 2025. Het bestaande aanbod aan recreatiemogelijkheden moet worden aangepast aan de nieuwe eisen van de toerist. “Zuinig en verantwoord duurzaam ruimtegebruik is het uitgangspunt en kwaliteitsverbetering vindt primair plaats door herstructurering, opwaardering of transformatie.” Een snelle verkenning in de gemeente Veere lijkt te wijzen op wat nieuwe parken her en der, maar vooral op het grootschalig opknappen en uitbreiden van al bestaande (mini)campings en verblijfsplekken. Dat klinkt op papier prima, maar je verbaast je over de grootte van deze transformatie. Het opknappen van campings zijn de kleine veldjes naast de boerderij die als minicamping dienen ver voorbij – terwijl de naam ‘minicamping’ soms wel blijft bestaan. Kijkt het Kustpact ook naar deze ontwikkeling in het ‘achterland’, of concentreert het zich puur op de kuststrook langs het strand?

Rondjes blijven draaien

leercycluskolb

In een artikel voor Negotiation Journal reflecteert Larry Susskind (hoogleraar aan MIT) op zijn carrière als ‘pracademic’. Reflecteren op ervaringen opgedaan in de praktijk, op basis daarvan nieuwe theorieën bouwen, die vervolgens toepassen in de praktijk en daar op reflecteren: en de cirkel is weer rond. Deze leercyclus lijkt sterk op die van Kolb en Fry uit 1984 (zie afbeelding hierboven). Voor planologie, echt een toegepaste wetenschap, is het doorlopen van deze cyclus cruciaal. Zoals Susskind ook terecht opmerkt ontstaat er steeds sterker een scheiding tussen wetenschap en praktijk. Susskind, en ook zijn studenten die ik vorig jaar in Boston heb ontmoet, staan met één been in de wetenschap en één in de praktijk. Mijn ervaring in Nederland is dat jonge onderzoekers vaak zich puur richten op wetenschap. Hier worden ze uiteindelijk ook op afgerekend, te zien in het aantal publicaties in peer reviewed tijdschriften. Ervaring in de praktijk telt minder mee bij sollicitaties of promoties. Tuurlijk: onderzoekers denken veel mee met de praktijk, en reflecteren op die praktijk. Maar het echt ‘doen’, dat is toch iets anders. Onderzoekers zijn daarom vaak geen ‘reflective practitioners’ (een term van Donald Schön), terwijl tegelijkertijd professionals uit de praktijk vaak de tijd niet hebben om te reflecteren. Met een haperende cirkel als resultaat, en twee werelden die los gezongen van elkaar raken.

Niet meer niche

janrotmans.jpg

Met een glimlach las ik een quote van hoogleraar Jan Rotmans (Erasmus Universiteit) in een pamflet van NL next level. “We leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk.” Als een coalitie van VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO je citeert, kan je dan stellen dat je volledig bent ingeburgerd? Opmerkelijk vond ik – omdat de onvermoeibare Rotmans vaak tegen heilige huisjes aanschopt. Als je op zijn Twitter-account kijkt, zie je de vele praatjes die hij wekelijks door het land houdt over de zorg, de bouw, energie, het onderwijs. Welke sector is tegenwoordig niet in transitie? Het is inspirerend om hem (van een afstand) aan het werk te zien, sleurend en trekkend aan nieuwe initiatieven als zelfbenoemd ‘scientivist’. Zijn terminologie is inmiddels wijdverbreid, en wordt zo op het oog dus zelfs overgenomen door het establishment. De transitiekunde lijkt daarmee steeds serieuzer te worden genomen. Om in haar eigen termen te blijven: ze is niet meer zo’n niche, maar wordt geleidelijk onderdeel van het dominante regime. En vooralsnog lijkt ze haar scherpe randjes niet kwijt te raken.

Instituties in de planologie

GemeenteUtrecht.jpg

In de klassieker The Death and Life of Great American Cities van Jane Jacobs is een aspect compleet afwezig: instituties. Seymour Mandelbaum beschrijft in een artikel uit 1985 dat planologie zich vroeger richtte op planologen die ingrepen doen in de leefomgeving voor een afnemer (burgers, gebruikers). De relatie tussen de planoloog en de afnemer stond centraal; het boek van Jacobs is daar een inspirerend voorbeeld van. De laatste 30 jaar wordt die interactie tussen planoloog en afnemer vaak ook op een andere manier bekeken. Het werk van de planoloog wordt namelijk sterk gestructureerd. Deze structuren zijn ontstaan door het oprichten van instituties. Denk aan formele instituties als wet- en regelgeving, en informele instituties als normen en waarden. De ‘institutional turn’ in planologie is goed terug te zien in het werk van populaire wetenschappers als Patsy Healey, Ernest Alexander en Judith Innes. De laatste heeft wel eens gezegd dat planologie institutional design is. Binnen onze vakgroep in Groningen is dit een belangrijk uitgangspunt: we bekijken institutionele transformaties, om daarmee ruimtelijke transformaties te kunnen duiden. Onze interpretatie van planologie schuurt daarom sterk tegen bestuurskunde aan. Met het echte fysieke ingrijpen in de omgeving doen we veel minder. Het boek van Jane Jacobs gaat voor mij dan ook weer terug naar de basis en onderstreept maar weer eens waar het uiteindelijk allemaal om draait in de planologie: het maken van goede ruimtelijke interventies.

Verscheidenheid in de wetenschap

kijkenindeziel.jpg

TV-recensent Frank Heinen verzuchtte op 29 september in de Volkskrant: “Wat is dat toch, met kunst en grote publieksprogramma’s?” Over wetenschap en televisieprogramma’s zou hetzelfde gezegd kunnen worden: het gaat vaak mis. Een verademing vond ik daarom Kijken in de Ziel (NTR) met Coen Verbraak over wetenschappers. Zes afleveringen lang werden topwetenschappers aan de tand gevoeld over alle facetten van de wetenschap. In andere televisieprogramma’s worden wetenschappers vaak aangevoerd om uit te leggen hoe iets in elkaar zit. Zulke programma’s presenteren de wetenschapper die hapklaar kan uitleggen hoe de wereld in elkaar steekt. Niets van dat in Kijken in de Ziel. Het programma toont direct hoe wetenschap echt werkt bij het definiëren van wat wetenschap nou precies is. De definities lopen vrij uiteen, net als bij andere kwesties zoals zelfplagiaat en samenwerken met bedrijven. Er bestaat niet één waarheid over hoe onze complexe wereld werkt. Juist die verscheidenheid maakt wetenschap zo interessant. Gevaarlijk vind ik dan ook altijd hoogleraren die te dogmatisch vasthouden aan hun stokpaardjes – ze zouden immers beter moeten weten. De meeste geïnterviewden in Kijken in de Ziel zijn daarentegen eerder nederig door te benadrukken dat de wereld zo lastig te doorgronden is.

Het NTR-programma Kijken in de Ziel over wetenschappers is nog terug te kijken via Uitzendinggemist.