Politiek rondom de MKBA

nijmegenlent

Veel presentaties op het boeiende Colloquium Vervoerplanologisch Speurwerk (CVS, 24-25 november in Zwolle) gingen in op verkeers- en vervoersmodellen en afwegingskaders als de MKBA. In dat opzicht was de presentatie van Niek Mouter (TU Delft) misschien niet verrassend, maar wel ontnuchterend. Hij vertelde over het politieke spel rondom MIRT-projecten. Alle modellen en tools ten spijt, gaan bestuurders vaak hun eigen weg. Kamerleden “uit de regio” proberen bijvoorbeeld hun regio te helpen. Zwollenaren Arie Slob, Co Verdaas en Eddy van Hijum werden zelfs “de Zwolse maffia” genoemd. Zoals ook in Trouw stond, “regionalo’s realiseren zich dat er bij de volgende kandidaatstelling steevast wordt afgerekend.” De stijl van bestuurders maakt ook uit: de ene minister laat de boel de boel, de ander zit er bovenop en wil lintjes kunnen knippen. Dan zijn er ook nog de ambtenaren: mogen zij hun eigen mening geven en proberen bij te sturen? Of waaien ze met elke wind mee? De interpretatie en het gebruik van MKBA’s is dus duidelijk politiek gemotiveerd. Dat brengt de ‘objectieve’ vervoersplanoloog in een lastig parket: doet het er nog toe wat hij/zij aandraagt? De deelnemers aan het CVS Congres hadden daar nog geen antwoord op.

Lees hier een gerelateerd stuk over het gebruik van MKBA’s door politici geschreven door Niek Mouter.

Een vergeten groep huurders?

te-koop-te-huur

Frank Kalshoven schreef afgelopen weekend in de Volkskrant dat het CPB pleit voor het subsidiëren van commerciële huur. Commerciële huurders betalen namelijk relatief veel huur (>30% van hun inkomen). Bij andere groepen is dat slechts 20%: sociale huurders kunnen huurtoeslag krijgen en huizenkopers ontvangen hypotheekrenteaftrek. Zelf was ik de afgelopen tijd ook op zoek naar een nieuwe plek in Groningen en verbaasde ik me over de soms onmogelijke huurprijzen. Je lijkt als jonge werkende tussen wal en schip te vallen – terwijl die groep toch redelijk groot moet zijn, als je kijkt naar de bevolkingssamenstelling in Groningen. Je hebt twee opties, lijkt het. Ofwel kom je terecht in een kleine studio voor een vaak hoge prijs. (Veel van dit soort studio’s worden overigens aanbevolen aan studenten onder het mom van de korting die ze krijgen via de huurtoeslag.) Ofwel beland je in een groter (en dus duurder) appartement, vaak eigenlijk bedoeld voor koppels. De vrije huursector lijkt dit gat niet zomaar te vullen, zeker niet in een overspannen huurmarkt zoals in Groningen. Het is zelfs zo erg dat een makelaar me voor gek verklaarde om te willen huren: kopen zou een stuk goedkoper zijn.

Switchen van studie

adverteren.jpg

“Think bold”, zegt een advertentie van de Rijksuniversiteit Groningen op treinstation Amsterdam Sloterdijk. De boodschap: kom bij ons een master doen. In Groningen is het niet anders. De Universiteit van Amsterdam adverteert daar zichzelf als plek “where opinions get challenged.” Met de harde knip (sinds collegejaar 2012-2013) kunnen studenten pas met hun master beginnen als ze hun bachelor volledig hebben afgerond. Studenten rollen daardoor minder snel door binnen dezelfde universiteit, zoals voorheen vaak het geval was. Groningen ‘verliest’ door de harde knip studenten aan andere universiteiten, meldde de Volkskrant vorig jaar. De advertenties in universiteitssteden laten zien: de strijd om de toekomstige masterstudent brandt los. Het blijft toch opmerkelijk dat publieke instellingen als universiteiten meer aan marketing gaan doen: veranderen studenten langzaam in klanten? Het lijkt een keurslijf waarin de universiteit steeds vaker gedrukt wordt; ‘ze moet wel’, heet dat dan. De vraag blijft in hoeverre de universiteit dit ook moet opzoeken, zoals nu lijkt te gebeuren met landelijke reclames. Overigens – de RUG-advertentie is ook in eigen stad te zien.

Foto’s van de straat

streetsoftheworld.jpg

Sinds 2009 was fotograaf Jeroen Swolfs op pad om in elk land van de wereld een foto te maken van het dagelijks leven. De fotoserie Streets of the World heeft als doel te “laten zien hoezeer mensen overal ter wereld op elkaar lijken, niet hoezeer ze van elkaar verschillen.” Vorig weekend was de tentoonstelling tijdelijk te zien in de parkeergarage Kempering in de Amsterdamse Bijlmer. De foto’s zijn vrolijk, leggen het straatleven vast, en staan vaak vol mensen. In plaats van oorlog en conflict tonen de foto’s daarmee de overeenkomsten tussen mensen en culturen. Dat was te zien in westerse merken die overal doordringen (zoals Nike), maar vooral ook in dezelfde activiteiten. Een markt, een plein: het zijn overal ter wereld plekken waar mensen samenkomen en plezier maken. De prachtige foto’s geven mooi de ‘sense of place’ van een stad weer. Nu Swolfs alle landen bezocht heeft, is het doel om in in elk land de foto’s tentoon te stellen. Het liefst op afwijkende plekken, zoals deze leegstaande en lekkende parkeergarage in de Bijlmer, om zo de foto’s terug te brengen naar de straat.

Breder vervangen

stuw grave.jpg

Bezig met een ronde interviews merk ik dat de vervangingsopgave in de vaarwegen veel meer is gaan leven. In het Infrafonds heeft de Minister van Infrastructuur & Milieu in juni dit jaar het extra beschikbare geld in eerste instantie geoormerkt voor vervanging en renovatie en beheer en onderhoud. Ook heeft Rijkswaterstaat een nieuwe strategische visie ontwikkeld voor vervanging en renovatie. Vervanging en renovatie eist zo nadrukkelijker zijn plek op tussen aanleg en regulier beheer en onderhoud. Vervanging wordt nu vaak vanuit technisch oogpunt aangevlogen. Rijkswaterstaat brengt in kaart wanneer een infrastructureel object (zoals een sluis of stuw) ‘technisch einde levensduur’ is, ofwel wanneer de constructie ‘afgeschreven’ is. (Dit kan versneld worden door intensiever gebruik dan verwacht; zie de problematiek rondom de Merwedebrug.) Rijkswaterstaat vraagt vervolgens budget van het Ministerie om het object te vervangen. Dit resulteert vaak in een nieuw object op dezelfde plaats dat dezelfde prestaties of functies levert – ook wel ‘1-op-1 vervanging’. In de nieuwe strategische visie wordt er nu explicieter een afweging gemaakt tussen ‘1-op-1 vervanging’, levensverlengende maatregelen (zodat een stuw bijvoorbeeld nog tien jaar langer mee kan), of het toevoegen van extra functies. Deze afweging is gestoeld op een analyse van het omliggende gebied (met welke ruimtelijke ontwikkelingen zouden we kunnen ‘meekoppelen’?), en van het grotere systeem (wat willen we met deze vaarwegcorridor?). Van een interne gelegenheid tussen Rijkswaterstaat en het Ministerie, wordt het vervangen van een object daarmee meer een maatschappelijke kwestie: een kwestie waar logistieke partners, schippers, regionale overheden ook een mening over hebben. Maar hoe organiseer je zo’n proces waarin alle belangen worden meegenomen en afgewogen? Dat is nu de zoektocht.

Een welwillende overheid

energiekesamenleving

In de publicatie Leren door doen (2014) van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur en het Planbureau voor de Leefomgeving staat het volgende: “Als de mensen buiten zeggen “Het kan wel!”, dan zou de overheid die initiatieven moeten volgen. Niet altijd en overal, maar wel als beginsel.” In het essay wordt verkend welke rol de overheid heeft in een energieke samenleving, een term van hoogleraar en oud PBL-directeur Maarten Hajer. Een nieuw initiatief kan best botsen met bestaande regelgeving: moet dan het initiatief veranderen, of moet de bestaande regelgeving tegen het licht worden gehouden? Dat is afhankelijk van de situatie – maar roept wel de vraag op wie dat beslist. Het kan wel! is ook de titel van een boek van Frans Evers en MIT-hoogleraar Lawrence Susskind. Hierin wordt de mutual gains approach uitgelegd. Is deze aanpak niet iets om de beslissing over initiatief versus regelgeving gezamenlijk te maken? Een overheid wil bijvoorbeeld best meewerken als de veiligheid gegarandeerd is. Door gezamenlijk waarde te creëren (de taart groter te maken) en die vervolgens te verdelen creëer je situaties waarin partijen, dus overheid, burgers en bedrijven, winst behalen: ook al krijg je maar een klein stukje van de taart, de taart is inmiddels zo groot dat dat niet erg meer is.