De 5 (9)

De lijst wordt steeds langer: elke maand presenteer ik vijf nummers die ik veel gedraaid heb tijdens het werken. Inmiddels zijn we aanbeland bij aflevering 9. Luister de nieuwe nummers, en de rest van de lijst, op Spotify.

Sinkane – Theme from Life & Livin It

Eerlijk gezegd kende ik hem nog niet, terwijl hij toch al zo’n tien jaar meedoet in bands als Yeasayer en Caribou en zelf ook een aantal platen heeft uitgebracht. Het hele album is heel goed, met dit nummer als uitschieter. Mijn verrassing van de maand.

Fatima Yamaha – Araya

Bas Bron, de beatmaker van De Jeugd van Tegenwoordig, timmert internationaal lekker aan de weg als Fatima Yamaha. Deze nieuwe track is lekkere electropop à la Todd Terje’s Inspector Norse en Falco Benz’s Hat Tricks.

Brian Eno & David Byrne – Mea Culpa

In de Groningse cd-winkel Elpee kwam ik het klassieke album My Life in the Bush of Ghosts (1981), tjokvol samples. Ook dit nummer zit er vol mee en is mooi opgebouwd.



Carpenters – Da Doo Ron Ron (When He Walked Me Home)

Vroeger helemaal fout, inmiddels iets meer geaccepteerd, maar (leuk) kitscherig blijft het. Een cover van The Crystals.

tUnE-yArDs – Killa

Alweer uit 2011 komt dit grappige, gekke nummer van tUnE-yArDs. Buckle up, cause we gonna move fast.

Advertenties

De charme van de Steentilstraat

standvanstad.jpg

De Groningse talkshow Stand van Stad ging vandaag in op de Steentilstraat. Vele Groningers vinden deze straat een doorn in het oog. Het is voor mij juist een van mijn favoriete straatjes in Groningen: het is een rare combinatie van enerzijds speciaalzaken die een begrip in de stad zijn (zoals bakkerij Crebas, De Groef, De Jongens van Hemmes, Kult) en anderzijds louche coffeeshops, kapsalons en een seksshop. De straat is inderdaad (nog) niet zo populair als de Folkingestraat of de Zwanestraat, maar dat heeft juist zijn charme. Ondernemers in de Steentilstraat hopen meer aanloop te genereren vanaf het Damsterdiep, dat sinds het opgeknapte Damsterplein maar weinig reuring heeft veroorzaakt en in Groningen wordt beschouwd als mislukt. Ook liggen er eindelijk plannen om de afgebrande panden (al in 2012!) van Ferwerda en Slagerij Van Dijk op te knappen. Er zou onder andere een patisserie voor terugkomen. Dat klinkt goed. Zo lang het maar geen kopie wordt van andere successtraatjes in Groningen.

De talkshow Stand van Stad vindt elke maand plaats in het Groninger Forum en wordt uitgezonden op Oog TV.

Reflecties uit de eerste hand

ACSP.png

De planologie is een jonge wetenschap die pas echt opkwam na de Tweede Wereldoorlog. Daarvoor was het bijvoorbeeld nog veel nauwer verwant aan de stedenbouw – denk aan de tuinsteden van Ebenezer Howard of de CIAM-beweging. De planologie ontwikkelde zich daarna snel. De eerste generatie planologie-wetenschappers zijn inmiddels wel met emeritaat, maar nog steeds duidelijk aanwezig. Godfathers en -mothers als John Friedmann, Patsy Healey en Andreas Faludi worden niet alleen veel aangehaald; ze gaan vaak gewoon vrolijk door met publiceren. Grote kans ook dat je ze op een congres als AESOP of ACSP tegenkomt waar zalen uitpuilen als een van hen op het programma staat: iedereen wil deze grootheden ook eens in levende lijve horen spreken. Tegelijkertijd beginnen deze namen ook terug te blikken op hun carrière en de ontwikkeling van de planologie, vaak na verzoeken van de jongere generatie. In het Journal of the American Planning Association is tegenwoordig de rubriek ‘Perspective’ te vinden, waar elke keer een andere hoogleraar reflecteert op zijn of haar carrière. Vorige maand verscheen ook eindelijk het boek Encounters in Planning Thought, waar ik in 2014 al een rondetafelgesprek over bijwoonde bij ACSP (zie foto). Zestien grootheden schreven voor dit boek een essay over hun “intellectuele reis”. Onmisbaar én noodzakelijk, volgens redactrice dr. Beatrix Haselsberger (TU Wien). Nu horen we de verhalen immers nog uit de eerste hand.

Bovenstaande foto is afkomstig van de website Planning Thought.

Planningstheorie voor de -praktijk

Ernest Alexander.jpg

Het wetenschappelijke tijdschrift Planning Theory vind ik altijd een interessante. Het is zo’n vijftien jaar geleden opgericht en is inmiddels een gerenommeerd tijdschrift waar grote namen als John Forester, Jean Hillier en Ernest Alexander in schrijven. Planologie is bij uitstek een praktijkwetenschap; in de woorden van Alexander, “planning is what planners do”. Dus waarom zou je willen publiceren in een tijdschrift als Planning Theory? Afgelopen week had ik de kans dit aan Ernest Alexander (emeritus hoogleraar aan de University of Wisconsin-Milwaukee) zelf te vragen te vragen, omdat hij vanwege de promotie van Arjan Hijdra in Groningen was. Zijn antwoord was simpel: planologiewetenschappers reflecteren op de planologiepraktijk. Het tijdschrift Planning Theory biedt de mogelijkheid de verschillende manieren van reflectie te behandelen. Voor het grotere publiek van planologen zullen de artikelen meestal niet interessant zijn, maar voor planologiewetenschappers wel. In Planning Theory worden perspectieven en concepten gepresenteerd die inzicht verschaffen in de planningspraktijk. De relevantie van zulke artikelen lijkt me helder. Toch bekruipt me soms het gevoel dat in dit tijdschrift de praktijk wat uit het oog verloren raakt, en er daardoor af en toe getheoretiseerd lijkt te worden, puur om het theoretiseren.

Uit het moeras

PhdComics.jpg

“Echt leuk is er natuurlijk niets en dat is maar goed ook,” schreef Remco Campert vorige week als Somberman in de Volkskrant. Is dit de essentie van een promotietraject? Elke promovendus lijkt op zijn minst één keer verstrikt te raken in zijn onderzoek. Inmiddels ben ik er wel achter dat ik niet de enige ben. Het is een fijne gedachte dat de rest – mijn medepromovendi – in hetzelfde schuitje zit, als je bijvoorbeeld weer eens een volgepropte en slecht gestructureerde presentatie bijwoont of een paper leest dat alle kanten op schiet. Stug doorgaan is het devies – luctor et emergo: ik worstel en ik kom boven. Eerstejaarsstudenten waarschuwde ik vorige week in een gastcollege voor de forse voorbereidingstijd die je nodig hebt voor het doen van goed onderzoek. In mijn geval: er gaan maanden aan vooraf voordat er een artikel ligt dat goed genoeg is om op te sturen naar een internationaal tijdschrift, wat uiteindelijk misschien tien of twaalf pagina’s telt. Ook al gebruik je meer dan de helft van de gelezen literatuur niet, je moet het wel hebben gelezen om er boven te staan. Uiteindelijk ontworstel je je aan het moeras. Niet vanzelf, maar met pijn en moeite. Ik hoor mijn begeleider Somberman al echoën: en dat is maar goed ook.

Bovenstaande afbeelding is afkomstig van Jorge Cham / PhDcomics.com.

Olympische Spelen onder controle

MartinMuller.jpg

Hoogleraar Martin Müller (Universität Zürich) gaf misschien wel de beste Planologielezing tot nu toe, afgelopen donderdag in de Doopsgezinde Kerk in Groningen. Grote sportevenementen zoals de Olympische Spelen en de WK Voetbal zijn de afgelopen twintig jaar gigantisch gegroeid tot ‘mega urban events’. Het draait al lang niet meer om de wedstrijden zelf; steden grijpen de kans aan om grootschalige stedelijke ontwikkeling in gang te zetten. Zie bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Docklands in Oost-Londen: de toenmalige burgemeester gaf toe dat dit nooit gelukt was zonder ‘Londen 2012’. Sportevenementen, en de gerelateerde stedelijke ontwikkeling, worden met strakke hand georganiseerd, geworteld in de projectmanagement-gedachte. Alles volgens ‘plan-do-check-act’. De druk is echter hoog met strakke deadlines en media die er bovenop zitten (‘is het al af’?). In de praktijk valt de PDCA-cirkel dan ook snel in duigen en er wordt er veel geïmproviseerd. Dat wordt door betrokkenen zelden toegegeven: men wil ‘in control’ zijn én uitstralen. In de planologie bestaat die reflex ook: men is zo bang voor mogelijk slechte gevolgen dat ze alles wilt controleren. Laat die reflex los en accepteer dat het ook anders kan lopen, aldus Müller. De projectscope staat namelijk op gespannen voet met de complexe stedelijke structuren waar je je in begeeft. Improvisatie is daarom helemaal niet zo slecht, maar juist noodzakelijk.

Foto gemaakt door Wendy Tan.