De 5 (10)

Het is tijd voor de 10e aflevering van de 5: maandelijks vind je hier de vijf nummers die ik veel op werk gedraaid heb. De hele lijst, inclusief de nummers hieronder, is terug te luisteren op Spotify.

Spoon – Hot Thoughts

Het titelnummer van het nieuwe album van Spoon is super catchy en funky. Op dit blog werd geconstateerd: Spoon heeft nu acht goede albums op rij uitgebracht. Is het daarmee niet de beste band ooit? In ieder geval de meest consistente.

Moss – My Decision

Alom bejubeld, het nieuwe album Strike van de Nederlandse band Moss in de kranten vorige maand. Het slotnummer vind ik het mooist.

Dirty Projectors – Stillness is the Move

Dirty Projectors bracht vorige maand een nieuwe plaat uit; ik ben ‘ingestapt’ met hun doorbraakalbum (?) Bitte Orca uit 2009. Met dit fijne nummer.

Soulwax – Missing Wires

Het nieuwe album van Soulwax, From Deewee, groovet. En flink ook. Wat wil je ook, met drie drummers en veel synths. De plaat klinkt een stuk chiquer dan bijvoorbeeld Nite Versions, maar goed blijft het.

Thundercat (ft. Louis Cole) – Jameel’s Space Ride

Raar maar lekker jazz-album van Thundercat, Drunk, ook vorige maand verschenen. Het schiet alle kanten op. Naast dat het grappig, zit het ook allemaal erg sterk in elkaar.

Opnieuw onderscheidend

Soulwax.jpg

De Belgische broertjes Dewaele, het hart van de band Soulwax, blijven zichzelf opnieuw uitvinden. Hun nieuwe album From Deewee, vorige week uitgekomen, is weer net wat anders dan hun vorige werk. Voor mij zijn het een van de weinige artiesten die zichzelf opnieuw kunnen uitvinden – en daardoor reken ik ze tevens tot een van de grotere. Als ik andere artiesten moet noemen die dat gelukt is, kom je al snel terecht in de categorie David Bowie of Prince, of – van de bands van nu – misschien Arcade Fire of Radiohead. In de wetenschap geldt iets vergelijkbaars. Er zijn weinig onderzoekers die zich opnieuw hebben uitgevonden: veel onderzoekers hebben, in de kern, één grote bijdrage gemaakt. In hun latere carrière bouwen ze daar op voort, of werken ze het verder uit. Een kleinere groep weet meerdere bijdragen te doen; een enkeling zelfs drie of meer. Net als dat je bij Soulwax, ondanks de nieuwe ingeslagen weg, hun geluid weet te herkennen, kan je dat ook bij wetenschappers. Het leuke aan promoveren is dat je daar steeds beter in wordt, en dat je het geluid beter kan plaatsen. Dat is stap één. Stap twee is om, in die kakofonie van geluiden, je eigen, onderscheidende geluid weten te creëren.

 

De diepte in

Cal Newport

De afgelopen weken heb ik veel geschreven aan mijn wetenschappelijke artikelen: iets wat vraagt om ‘diep werk’. Cal Newport (2016: 8) omschrijft het in zijn boek als “professionele activiteiten die het uiterste van je cognitieve vaardigheden vergen en die in een toestand van afleidingloze concentratie worden uitgevoerd.” Voor kenniswerkers in het algemeen is het vermogen diep werk te kunnen verrichten essentieel, omdat het een schaars goed is. Newport, docent aan de Universiteit van Georgetown (VS), ontwikkelde zijn ideeën op zijn blog, die vorig jaar zijn verschenen in boekvorm. Hij is vooral een man van de structuur: plan vaste momenten (per dag, per week, per jaar) in om diep werk te verrichten. Ook is hij streng over allerlei afleiding op kantoor: e-mailen, vergaderingen en sociale media moeten tot een minimum beperkt worden. Drukheid is namelijk een alibi voor productiviteit; je agenda en je hoofd moeten leeg raken om in een ‘diep werk’-mindset te komen. Soms is het me allemaal wat te rationeel beredeneerd, maar confronterend is het wel. Gelukkig halen goede kenniswerkers ‘slechts’ maximaal vier uur ‘diep werk’ op een dag. Daaromheen mag je dus best afspraken plannen of e-mails versturen – wel is het handig die uren niet te worden onderbroken.

De Nederlandse vertaling van Cal Newport’s boek heet Diep Werk: Werken met aandacht in een wereld vol afleiding en is uitgegeven door Business Contact.

Verloren Middenland

platenumber 3 - Nederland - uit voorraad leverbaar / The Netherl

Tijdens de verkiezingen vorige week benadrukte electoraal geograaf Josse de Voogd op De Correspondent het belang van het ‘Middenland’. Steden als Etten-Leur en Heemskerk huisvesten meer dan de helft van de Nederlandse bevolking. Toch ligt de focus vaak vooral op de grote steden of het platteland. Eenzelfde constatering kom je tegen in de goede analyse van Floor Milikowski in De Groene Amsterdammer over de ruimtelijke ordening anno 2017. Na de Tweede Wereldoorlog lag de focus op ‘eerlijk delen en spreiden’, later werd ‘sterker gemaakt wat sterk is’. De verschillen tussen plekken groeien. Door decentralisering nemen deze verschillen verder toe: elke gemeente aast op dezelfde mensen, bedrijven en voorzieningen. ‘Midsize’-steden Emmen, Heerlen en Hilversum delven dan het onderspit tegen grote steden als Groningen en Amsterdam. Middelgrote steden worden economisch meer afhankelijk van hun grotere boers. Om die problemen het hoofd te bieden hebben gemeenten hulp nodig. Milikowski onderscheidt twee oplossingsrichtingen. Zelf kunnen gemeenten beter bekijken wat hun onderscheidende ‘gebiedskwaliteiten’ zijn. Daarnaast zouden regio’s meer in samenspel moeten worden aangevlogen. Er klinkt daarom steeds sterker een roep om Haagse regie. Tot nu toe zonder succes. Of de verkiezingen daarin verandering zullen brengen, is nog maar zeer de vraag.

Bovenstaande foto uit Boskoop is gemaakt door Hans van der Meer en onderdeel van de serie Uit voorraad leverbaar over het typische, eenvormige ontwerp van Nederlandse winkelstraten.

Nieuwe natuur door techniek

MarkerWadden.jpeg

Op 15 maart a.s. kan er ook gestemd worden op de Marker Wadden. De gemeente Lelystad zet speciaal een stemhokje op het onbewoonde eiland, meldt Trouw. Het eerste eiland is inmiddels zo goed als af, voor de volgende vier is de financiering rond. De Marker Wadden zijn bedacht om weer leven in het Markermeer te blazen. In deze dichte bak water was weinig flora en fauna meer te vinden. Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat en Boskalis hebben een uniek project gerealiseerd waarin natuurontwikkeling en waterbouwtechniek samenkomen. Zoals Minister Schultz ook benadrukte, dit nieuwe land is niet gecreëerd voor economisch gewin (Tweede Maasvlakte) of om bevolkingsgroei op te vangen (Flevoland). De Marker Wadden zijn vooral gecreëerd voor de natuur. “God schiep de aarde, maar de Nederlanders schiepen Nederland”, met nu weer een nieuw hoofdstuk. Het eerste nieuwe leven is al gesignaleerd op het kale zandeiland. Uiteraard (zoals bijna overal in Nederland) wordt de natuur ook toegankelijk gemaakt voor recreanten. Binnenkort verschijnen er wandelpaden, uitkijktorens, een jachthaven en kinderspeelplaats. Vanaf 2018 is het eiland echt open voor bezoekers. Rond 2020 moeten de volgende vier eilanden gerealiseerd zijn. Ondertussen is de hoop om dit bijzondere project ook in het buitenland te kunnen uitventen.

Kwetsbare kunst in de buitenlucht

BlauweGolven.jpg

Kunst in de openbare ruimte heeft het moeilijk. Neem deze twee nieuwsberichten, recent uit de Volkskrant. De Blauwe Golven (gebouwd in 1967) in Arnhem (foto) moeten plaatsmaken voor een groene corridor. In Raalte is een sculptuur (1977) in de shredder verdwenen, omdat het voor oud ijzer werd aangezien.  Een mooie observatie komt van Saskia Bak, directrice van het Arnhems Museum: “de omgeving verandert, de kunst verandert niet mee en verwordt langzaam tot een anachronisme”. De kunst wordt enerzijds niet meer herkend. Veelzeggend is dat de verdwenen sculptuur van Willem Hussem in Raalte pas na enige tijd gemist werd. In Arnhem zijn de slecht onderhouden Blauwe Golven van Peter Struyken vooral bekend als parkeerplaats. Vorig jaar, zo is te lezen op de website van EenVandaag, pleitte rijksbouwmeester Floris Alkemade al voor een betere bescherming van kunst in de openbare ruimte. Gemeenten weten vaak niet wie verantwoordelijk is voor de kunst, laat staan dat ze er onderhoud aan plegen. Het is een hard gelag voor kunstenaars. Zelf concludeert Struyken in het NRC: “Hoe officiëler de opdrachtgever, hoe kwetsbaarder het kunstwerk.”

Politici over (im)mobiliteit

Ruimtelijk Verkiezingsdebat.jpg

Gisteren discussieerden toekomstige Tweede Kamerleden van de grote politieke partijen (uiteraard exclusief de PVV) in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen in het Ruimtelijk Verkiezingsdebat. Een van de thema’s was mobiliteit. Al gauw ging de discussie over modaliteiten om de files te bestrijden: de een richt zich asfalt, de ander op het OV en de fiets. Stientje van Veldhoven (D’66) probeerde deze discussie te ontstijgen door te focussen op regionale bereikbaarheid, en vervolgens te kijken welke modaliteiten nodig zijn om dat te garanderen. De opmerking van Sandra Beckerman (SP) óf we ons wel moeten willen verplaatsen sneeuwde helaas wat onder. Terwijl dit een wezenlijk punt is, helemaal voor planologen. Eerder schreef ik al over deze vraag. Kunnen we niet veel beter regio’s anders inrichten door ze te verdichten en te verknopen? Wonen en werken kunnen daardoor bijvoorbeeld veel dichterbij elkaar komen te liggen, waardoor de mobiliteitsvraag daalt. In plaats van te kijken naar het mobiliteitsaanbod (en het blijven aanbieden van mobiliteit door nieuwe snel- of spoorwegen), kan met ruimtelijk beleid de mobiliteitsvraag aangepast worden. Helaas gingen de politici hier gisteren maar weinig op in: ze waren vooral druk met bevestigen dat volgens het CPB met hun plannen de files het hardst zouden dalen.