De 5 (11)

Elke maand publiceer ik de 5: vijf nummers die ik tijdens het werken veel geluisterd heb. We zijn aanbeland bij aflevering 11. Op Spotify is de hele lijst terug te luisteren, inclusief de nummers hieronder.

Sinkane – Makin’ Time

Sinds ik Sinkane heb ontdekt met zijn recente album Life & Livin’ It, ben ik ook ouder werk van hem gaan luisteren. Zoals dit nummer uit 2012.

Little Dragon – Sweet

Binnenkort komt het nieuwe album uit van Little Dragon waar deze hit op staat.

Nuno Dos Santos – Prosa

De Portugees-Utrechtse DJ Nuno Dos Santos produceert tegenwoordig ook eigen werk. Prosa is een heel fijn nummer.

Kendrick Lamar – HUMBLE.

Een lekker hitje van wereldster Kendrick Lamar.

Joe Goddard – Home

Omdat ie vanavond in Bitterzoet (Amsterdam) staat: een nummer van Joe Goddard, een van de bandleden van Hot Chip. Met leuke sample.

De wetenschap achter planologie

amsterdam cs

Is planologie überhaupt wel een wetenschap? Vorige week wierp ik deze vraag op tijdens een alumnibijeenkomst van mijn faculteit Ruimtelijke Wetenschappen (Rijksuniversiteit Groningen) bij Rijkswaterstaat in Utrecht. Hierbij een poging om mijn gedachten eens te ordenen. Om bij het begin te beginnen: ik zie planologie ten eerste als een vakgebied dat gericht is op interventies in de fysieke leefomgeving met het (normatieve) doel deze leefomgeving te willen verbeteren. Planologie als wetenschap zou je kunnen zien als de reflectie op de praktijk: het biedt kaders om te verklaren hoe en waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn en hoe zich dat manifesteert in de ruimte. Planologische wetenschappers putten hiervoor uit theorieën afkomstig uit onder andere de geografie, bestuurskunde, politicologie, sociologie en economie. Ik kan me vinden in de emeritus hoogleraren Len de Klerk (Universiteit van Amsterdam) en Ton Kreukels (Universiteit Utrecht) die in Rooilijn (2015) stelden: “[h]et ‘eigene’ van planologie gaat hiermee meer de kant uit van het verbinden van verwante disciplines rond fysiek-ruimtelijke ordeningsvraagstukken dan van eigen theorieën over het (dis)functioneren van de ruimtelijke orde.” Planologie is ‘op zichzelf’ dus geen wetenschap; de praktijk is onlosmakelijk verbonden met de theorie. Veel van de hedendaagse planologische wetenschap houdt zich daarom bezig met het duiden van planologie als ‘sociale praktijk’.

Stedelijke en rurale identiteiten

hansen zeh boek.pngIn de Duitse romans Het oude land (Dörte Hansen) en Ons soort mensen (Juli Zeh) (beiden vorig jaar verschenen in een Nederlandse vertaling) wordt het contrast tussen stad en platteland prachtig beschreven. Hansen beschrijft de regio das Alte Land bij Hamburg. Zeh heeft het over het fictieve dorp Unterleuten, niet ver van Berlijn in het voormalige Oost-Duitsland. De plattelandsbewoners en de ‘import’ worden in beide boeken niet gespaard. In Het oude land kom je bijvoorbeeld een ouder koppel tegen dat lekker wil afbouwen op het platteland en er alles heerlijk ‘authentiek’ vindt – tot ergernis van de lokale bevolking. Ook wordt de yuppengeneratie in de grote stad (Hamburg) treffend beschreven. In Unterleuten regelen de inwoners alles liever lekker zelf, zonder invloed van buitenaf, en hoort iedereen net wat anders via de dorps-tamtam. Vind als buitenstaander daar maar je weg in. Is dat dus iets ‘lekker authentieks’ waar je vrienden in de stad jaloers op zijn of iets ouderwets en achterlijks? Andersom is het net zo: hebben die stedelingen nou echt geen weet hoe je dingen regelt? En kunnen ze sommige dingen niet gewoon de boel laten? Verplichte kost voor (cultureel) geografen.

Verhalenvertellers

munichcyclingtour.jpg

Mijn indruk is dat onder wetenschappers planologen er methodologisch bekaaid vanaf komen. Planologen zijn vooral fan van case studies. Ik heb het niet geturfd, maar op het AESOP Young Academics congres van afgelopen week kwam in elke presentatie die ik bijwoonde wel een case study tevoorschijn. De kritiek van andere wetenschappers is dat deze case studies teveel een verhaal blijven. Wat beïnvloedt nou wat? Kwantitatieve geschoolde wetenschappers missen over het algemeen de statistische modellen en de cijfermatige onderbouwing; kwalitatieve geschoolde wetenschappers vinden dat de case studies niet rigoureus genoeg zijn bekeken. Onder veel planologen lijkt er geen specifieke aandacht voor methodologie te bestaan. Bestuurskundigen kunnen daarentegen jaarlijks verschillende methodecursussen volgen, aangeboden door de European Consortium for Political Research. Planologen springen liever sneller naar de conclusies: welke implicaties hebben die? Hoogleraren dagen tijdens promoties studenten uit deze implicaties te bediscussiëren – wat de praktijkoriëntatie van de planologische wetenschap maar weer benadrukt. Dat het werk waar de conclusies op gestoeld zijn wel eens rammelt, lijkt minder uit te maken. Is het een idee dat een organisatie als AESOP een aantal methodologische zomer- of wintercursussen opzet, of is de vijver daarvoor te klein?

Ondernemerschap: een bedreiging?

aesopya.jpg

Afgelopen week was ik op het AESOP Young Academics congres aan de Technische Universiteit München. Het thema dit jaar was planologie en ondernemerschap. In veel presentaties kwam de tegenstelling terug tussen de publieke zaak waar de planner voor staat en het kapitalisme en het winstbejag van ondernemers. Een wat ouderwetse tegenstelling vond ik zelf, waarin de planoloog al snel staat voor alles wat goed is en ondernemerschap voor het slechte. De realiteit is dat de twee sterk vervlochten zijn, zoals ook al lang vastgesteld in de planologie (zie bijvoorbeeld Ernest Alexander’s artikel uit 1992). De traditionele publiek-private rolverdeling ligt vaak ook een stuk genuanceerder. Wie is er nou echt ondernemend, stelt Mariana Mazzucato bijvoorbeeld in haar boek The Entrepreneurial State. De presentaties op het congres vond ik daarom, hoewel terecht, soms weinig verrassend: kijk uit met ondernemers, want zij dienen niet per se de publieke zaak. Planologen hebben desondanks nog steeds weinig kaas gegeten van de economie, aldus emeritus hoogleraar Klaus Kunzmann (Technische Universiteit Dortmund) in zijn presentatie. Hij beargumenteerde om economie een fermere plek te geven in het universitaire planologie-onderwijs om zo ruimtelijke ontwikkelingen beter te begrijpen.

De combitunnel van Nijverdal

nijverdal

Vorige week vrijdag kwam ik met de trein aan in Nijverdal. Een imposante tunnel en station, zo tussen Salland en Twente, waardoor je er een flinke stad zou verwachten. Eenmaal uitgestapt deed de Grotestraat ernaast gelukkig al een stuk kneuteriger aan. Een paar jaar geleden was deze straat nog onderdeel van de N35, een belangrijke verbindingsroute in Overijssel. Doorgaand verkeer moest dwars door de winkelstraat. Na decennia gesteggel werd uiteindelijk gekozen voor een tunnel; Nijverdal heeft geen rondweg gekregen zoals veel andere dorpen. In 2013 werd de gecombineerde spoor- en autotunnel, de Salland-Twentetunnel (600 meter lang), opgeleverd. De N35 werd zo om het centrum geleid met een nieuw tracé en kwam daardoor naast het spoor te liggen. Gezamenlijk zijn ze in een tunnelbak gelegd. Leuk detail uit de Tubantia: naar verluidt schetste een lokale kroegbaas al in 1975 zo’n tunnel op de achterkant van een bierviltje. Verwacht wordt dat de leefbaarheid in het dorp zal verbeteren: de spoorwegovergangen zijn verdwenen en Nijverdal is met een nieuw aantal viaducten en bruggen beter verbonden. Tevens is er een park op ontwikkeld op het dak van de tunnel. Het ‘combiplan’ (€220 miljoen) is grotendeels gerealiseerd met Rijksgeld (uit het MIRT); ook de regionale overheden leverden een bijdrage. Het resultaat is, volgens Trouw, een “luxe dorpsstation”.

Circuleren door Gent

circulatieplan

Vandaag is in Gent het circulatieplan ingevoerd. Gisteren werden 1500 nieuwe verkeersborden opgehangen; maar liefst 77 straten veranderen van rijrichting (zo merkten wij ook gisteren). Het is allemaal gericht op de Vlaming uit de auto te halen en de stad leefbaarder en schoner te maken. Het hart van Gent is vanaf vanochtend in zes delen opgedeeld (‘sectoren’), die alleen via een omliggende ringweg (de R40) bereikbaar zijn. Tussen de sectoren kan niet meer doorgestoken worden met de auto – je moet steeds terug naar de ring. Een “historische dag” voor Gent, aldus de burgemeester Termont in de Standaard. Het vraagt om nogal een omslag. Tomas Vanheste schrijft in De Morgen dat “[h]et spreekwoord luidt dat de Vlaming met een baksteen in de maag is geboren. Maar het had evengoed kunnen zijn dat hij met een autostoel onder zijn poep uit de buik kwam.” Wat hem betreft gaat het plan niet ver genoeg: Gent zou ook flink in fietsinfrastructuur moeten investeren. Als historische stad zou Gent zo verschillende Nederlandse steden achterna kunnen om echt een fietsstad te worden waar de auto in het centrum grotendeels verbannen is. De burgemeester van Gent verwacht dat Gentenaren al over een paar maanden in “een nieuwe stad” wonen. De ervaring in Nederland is dat dit wel een paar decennia kan duren. Gent heeft de eerste stappen gezet, én de verwachte chaos vandaag bleef in ieder geval uit.