De 5 (12)

Op Spotify verzamel ik de nummers die ik veel op werk luister. Elke maand voeg ik er vijf aan toe. Vandaag aflevering twaalf – we zijn een jaar rond!

Phoenix – Bourgeois

Geweldige Franse band, die binnenkort met een nieuw album komt. Hier een oudje van hun vorige album Bankrupt! (2014).

Owen Pallett – Song for Five & Six

Begin deze maand kwam ik het album In Conflict (2014) van Owen Pallett tegen, die vaak de strijkers verzorgt bij bands als Arcade Fire en Caribou. Zijn solowerk is ook erg interessant. Op dit album werkte hij onder andere samen met Brian Eno – het is daarmee een stuk hypnotischer dan bijvoorbeeld het eerder verschenen Heartland.

Baio – PHILOSOPHY!

Het soloproject van de bassist van Vampire Weekend leidt tot dit lekkere nummer.

Cee Lo Green – Cry Baby

Cee Lo Greens album The Lady Killer (2010) is zo’n album wat je stiekem best vaak nog opzet. Onder andere vanwege dit nummer.

La Roux – Uptight Downtown

La Roux ademt jaren tachtig, en dit openingsnummer van het album Trouble in Paradise (2014) doet denken aan David Bowie.

Advertenties

Verschillende institutionele brillen

spoorbrug zwolle.jpg

Op dit moment werk ik aan een theoretisch stuk over institutionele theorieën. Hoewel er vele ‘new institutionalisms’ zijn, onderscheid ik twee stromingen (gebaseerd op o.a. DiMaggio, 1998): eentje geworteld in de nieuwe institutionele economie, de ander in sociaal constructivisme. De nieuwe institutionele economie veronderstelt rationeel opererende actoren die maximaal nut nastreven; het sociaal constructivisme kijkt veel meer naar wat (groepen) mensen als passend beschouwen. Het samenbrengen van deze twee is enigszins ambitieus: het zijn twee grote, afzonderlijke wetenschappelijke velden. Mijn doel is dan ook niet om tot één overkoepelend raamwerk te komen waarin ik beide brillen integreer. Eerder wil ik de overeenkomsten en verschillen laten zien als je vanuit deze twee perspectieven redeneert. Ze hebben meer gemeen dan je in eerste instantie zou denken, bijvoorbeeld als je bedenkt dat transactiekosten in de nieuwe institutionele economie vaak gepercipieerde kosten zijn. Gezamenlijk leveren de twee brillen volgens mij dan ook een rijker (meer complementair) beeld op: organisaties kijken niet alleen naar efficiëntie of het bereiken van maximaal nut, maar ook wat legitiem is – daar kan dan uitkomen dat ze toch doorgaan met iets terwijl het inefficiënt is. Omgekeerd kan je het ook stellen: het nastreven naar efficiëntie beïnvloedt dominante discoursen. Tot zover even: veel ideeën, nu de uitwerking…

Jane Jacobs in Vinkhuizen

Vinkhuizen.jpg

Door de ogen van Jane Jacobs keken we donderdag naar Vinkhuizen in Groningen. Wandelingen met haar naam vinden plaats over de hele wereld en zijn een eerbetoon aan de in 2006 overleden journaliste en activiste. We keken naar vier van haar principes: variatie in gebouwen, de dichtheid, multifunctionaliteit, korte blokken. Vinkhuizen is een naoorlogse wijk ten westen van de Groningse ringweg vol met typische modernistische architectuur. Daarmee is het niet een typische Jane Jacobs wijk. Gelukkig is er flink geïnvesteerd in deze buurt de laatste twee decennia, waardoor sommige ‘stempels’ van woningen vernieuwd zijn, net als het winkelcentrum. Er is dus meer variatie dan je als buitenstaander zou denken; de principes van Jacobs zie je dus tot op zekere hoogte zeker terug. Punt voor verbetering is het aanpakken van de nog steeds autogerichte buurt, met brede wegen als barrières tussen buurten. Ook zou het wijkcentrum Vinkhuys, in een oude boerderij, meer centraal kunnen staan in de buurt. Waarom is het niet verbonden met het nieuwe winkelcentrum met inwisselbare ketens als Albert Heijn, Etos en Aldi? De deelnemers, allemaal niet woonachtig in de wijk, zaten vol ideeën, maar zoals ook in het etentje na afloop werd bediscussieerd: wat vinden de bewoners zelf?

Jane’s Walk in Vinkhuizen werd georganiseerd door het onderzoeksconsortium R-Link en Pakhuis De Zwijger.

Vooruitkijken bij infrastructuur

gemaal vissering.jpg

Afgelopen woensdag ging het over de vooruitziendheid van beslissingen bij het vervangen van waterinfrastructuur tijdens een symposium bij het gemaal Vissering op Urk, georganiseerd door Wageningen Universiteit en Waterschap Zuiderzeeland. Waar ik zelf me richt op kunstwerken in de vaarwegen, hebben andere infrabeheerders (bijvoorbeeld gemeenten en waterschappen) natuurlijk ook te maken met verouderde infrastructuur. Als je onderdelen in je netwerk gaat vervangen, moet je vooruitkijken naar de lange termijn. In hoeverre beïnvloedt een lange-termijnblik de besluitvorming? Wieke Pot (WUR) ontwikkelt een raamwerk om dit analyseren. Er wordt onder andere gekeken naar in hoeverre het gedefinieerde probleem, de ontwikkelde oplossingsrichtingen en de context (zoals de institutionele ‘regels van het spel’) op de toekomst gericht zijn. Bij mij bleef hangen dat de vooruitziendheid sterk beïnvloed wordt door het zetten van een ‘stip op de horizon’. Opgelegde normen dwingen bijvoorbeeld organisaties vooruit te kijken (zoals klimaatdoelstellingen). Ook ambitie uitspreken helpt. Bij het gemaal Vissering is bewust ‘een vlag op het object geplant’ om dit object het beste gemaal ter wereld te maken. Vervanging kost veel geld en in het ergste geval ‘krijg je alleen terug wat je al hebt’. Door dus ofwel ambitie uit te spreken, of je te conformeren aan normen legitimeer je de beslissing voor vervanging beter én kijk je meer vooruit.

Planologie als kunst

Zef Hemel.jpg

Maak geen plannen, maar kunst. Het was de centrale boodschap van Zef Hemel (werkzaam voor de Amsterdam Economic Board en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam), die vandaag een prikkelende Planologielezing in Groningen hield. Aan de hand van zeven voorbeelden vertelde Hemel over zijn inspiratiebronnen (onder andere kunstenaar Ilja Kabakov en planoloog Patrick Geddes) en over de projecten waar hij de afgelopen jaren aan heeft gewerkt (Volksvlijt 2056 en Vrijstaat Amsterdam). Het gemeenschappelijke element in deze projecten was het stimuleren van dromen. Samen met kunstenaars werden Amsterdammers uitgedaagd te dromen over de toekomst. Stuur mensen de buurt in met een camera, zet ze bij elkaar en er ontstaan vanzelf verhalen en ideeën. Al die inspiratie hoeft niet worden omgezet in een gedeeld droombeeld. Aan consensus heeft Hemel een broertje dood, want er is immers niet één toekomst. De dromen hoeven ook niet in plannen te worden gegoten – dat werkt toch niet. De planologie van vandaag werd afgedaan als te bureaucratisch en te rationeel. Zelforganisatie zou leidend moeten zijn, waar de kunst bij helpt. De projecten van Hemel illustreerden welke bewegingen dromen op gang kunnen brengen. De zaal morde nog wat: wat blijft er over van de planoloog als we dromen niet mogen omzetten in plannen?

Ga toch reizen!

Ap Dijksterhuis.jpg

Het is een welbestede boodschap aan geografen: ga toch reizen! Psychologiehoogleraar Ap Dijksterhuis (Radboud Universiteit) hield gisteren een vermakelijke en aanstekelijke lezing voor Studium Generale in Groningen over de voordelen van reizen. Door de continue verwondering op reis stimuleer je je brein. Het maakt je gelukkiger, je wordt er creatiever van en het haalt vooroordelen onderuit (handig in een geglobaliseerde wereld). Het kon dus allemaal niet op. Het liefst moet je wel op pad naar een exotisch land (minstens Marokko volgens Dijksterhuis) en een beetje lang (een week is niet genoeg). Zijn verhaal in een bomvolle zaal was doorspekt met hilarische anekdotes en eigen reisfoto’s. Het riekte soms een beetje naar Oriëntalisme door het benadrukken van het mysterieuze van andere, ‘vreemde’ culturen. En voordat je meteen je koffers pakt: Dijksterhuis gaf zelf al een disclaimer mee. Het onderzoek waar zijn boek op is gebaseerd is nog niet allemaal even doorwrocht, en wat wordt aangetoond zijn hooguit correlaties en vooral geen causale verbanden. Het kon het publiek niet zoveel schelen. Die dacht gelukzalig terug aan haar laatste verre trip of mijmerde al over een nieuwe. Wegweeën, in de woorden van Dijksterhuis.

De lezing werd georganiseerd door Studium Generale naar aanleiding van het recent verschenen boek van Dijksterhuis: Wie (niet reist) is gek.

De Amsterdamse tuinsteden

Algemeen uitbreidingsplan Amsterdam

In het Amsterdamse gemeentearchief is nog tot en met 16 juli 2017 de tentoonstelling ‘Een betere stad: Amsterdam en het Algemeen Uitbreidingsplan’ te zien. In 1935 presenteerden de stedenbouwers, onder leiding van Cornelis van Eesteren, een groot ontwerp dat anticipeert op de grote bevolkingsgroei. Deze plannen werden na de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd. Het gaat om de westelijke tuinsteden als Bos en Lommer, Slotervaart en Osdorp rondom de nieuw gegraven Sloterplas. De ontwerpen zijn een interessante combinatie van Ebenezer Howard’s tuinsteden (groen opgezette, zelfstandige buurten in de buurt van stedelijke centra met wonen en werken gescheiden) en de functionele stad voortkomend uit de CIAM-stroming. Van Eesteren c.s. onderscheidden in het Algemeen Uitbreidingsplan vier functies: wonen, werken, recreatie en verkeer. (Verkeer vind ik altijd een vreemde eend in de bijt, als op zichzelf staande functie.) De nieuwe wijken, speciaal gericht op de arbeidersklasse, werden wijds opgezet, met veel groen, in strakke lijnen en met nieuwe bouwvormen. De verschillende kamers in de tentoonstelling laten de worsteling zien met deze ideeën: zo’n vijftig jaar later worden de wijken als eenvormig gezien en zijn de huizen niet meer van deze tijd. Tijd voor een herstructurering. Sommige huizen worden gesloopt, nieuwe huizen komen ervoor terug – wat leidt tot veel discussie in de buurt. De gemeente doet een stapje terug, de woningcorporaties krijgen een grotere rol. De herstructurering verloopt moeizaam door veel financiële problemen. Nu Amsterdam weer flink groeit zijn de westelijke tuinsteden een gewilde locatie geworden voor verdichting en hoogbouw. Verdwijnt zo het naoorlogse erfgoed en de oorspronkelijke opzet van de wijken?