Verschillende institutionele brillen

spoorbrug zwolle.jpg

Op dit moment werk ik aan een theoretisch stuk over institutionele theorieën. Hoewel er vele ‘new institutionalisms’ zijn, onderscheid ik twee stromingen (gebaseerd op o.a. DiMaggio, 1998): eentje geworteld in de nieuwe institutionele economie, de ander in sociaal constructivisme. De nieuwe institutionele economie veronderstelt rationeel opererende actoren die maximaal nut nastreven; het sociaal constructivisme kijkt veel meer naar wat (groepen) mensen als passend beschouwen. Het samenbrengen van deze twee is enigszins ambitieus: het zijn twee grote, afzonderlijke wetenschappelijke velden. Mijn doel is dan ook niet om tot één overkoepelend raamwerk te komen waarin ik beide brillen integreer. Eerder wil ik de overeenkomsten en verschillen laten zien als je vanuit deze twee perspectieven redeneert. Ze hebben meer gemeen dan je in eerste instantie zou denken, bijvoorbeeld als je bedenkt dat transactiekosten in de nieuwe institutionele economie vaak gepercipieerde kosten zijn. Gezamenlijk leveren de twee brillen volgens mij dan ook een rijker (meer complementair) beeld op: organisaties kijken niet alleen naar efficiëntie of het bereiken van maximaal nut, maar ook wat legitiem is – daar kan dan uitkomen dat ze toch doorgaan met iets terwijl het inefficiënt is. Omgekeerd kan je het ook stellen: het nastreven naar efficiëntie beïnvloedt dominante discoursen. Tot zover even: veel ideeën, nu de uitwerking…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s