De 5 (18)

Het is weer het einde van de maand, dus een nieuwe aflevering van de 5. Elke maand presenteer ik vijf nummers die ik afgelopen weken veel geluisterd heb tijdens het werk. Geïnteresseerd in de hele lijst? Check Spotify.

James Holden & The Animal Spirits – Each Moment Like The First

DJ James Holden is niet meer; hij is tegenwoordiger aanvoerder van een psychedelische band vol gefreak. Met tussendoor mooie nummers.

Daniele Luppi & Parquet Courts featuring Karen O – Pretty Prizes

Na de CD Rome (met Jack White en Norah Jones), heeft Daniele Luppi nu een album over het Milaan uit de jaren ’80 gemaakt. Deze keer met de band Parquet Courts en zangeres Karen O (Yeah Yeah Yeahs).

Guerilla Toss – Dose Rate

Een postpunkband op het DFA label, die ik toevallig tegenkwam in Hamburg. Het album GT Toss duurt maar een half uurtje en vliegt voorbij.

Tiga – Beep Beep Beep

Tiga is grappig en blijft grappig. Zijn albums doen het altijd goed om op door te werken. Dit nummer komt van zijn album Ciao! uit 2009.

Charlotte Gainsbourg – Rest

Actrice/zangeres Charlotte Gainsbourg presenteerde deze maand een nieuw album, geproduceerd door namen als Guy-Manuel de Homem-Christo (Daft Punk) en SebastiAn. Rest is een van mooie nummertjes, half in het Engels, half in het Frans.

Advertenties

Financiële prikkels voor vervanging

vervanging workshop.jpg

Samen met mijn begeleider dr. Tim Busscher verzorgde ik vorige woensdag een workshop op het symposium ter ere van 10 jaar samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de Rijksuniversiteit Groningen. De workshop ging in op het vervanging- & renovatievraagstuk. Veel wat voorbij kwam herkende ik van de afgelopen jaren aan onderzoek. Toch werd me weer duidelijk hoe sturend de positionering van vervanging & renovatie (V&R) is geweest. Zowel het Infrastructuurfonds als het Programma V&R Hoofdvaarwegen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte & Transport (MIRT) wordt vervanging gedefinieerd als instandhouding. Als zodanig is er alleen budget gereserveerd om verouderde infrastructuur te vervangen. Wil je iets anders met deze infrastructuur, zoals het vergroten of verkleinen van waterwerken of het toevoegen van nieuwe functionaliteiten, dan is de vraag al snel: waar komt dat geld vandaan om dat te regelen? Het is de dood in de pot, omdat de verschillende overheden zo nauwelijks de discussie opzoeken om het over de toekomst van infrastructuurnetwerken te hebben. Vervanging blijft daarom “niet sexy” – ook vorige week werd het weer genoemd. Een nieuwe poging wordt gedaan om vervanging “verjonging, vernieuwing en verduurzaming” te noemen. Het idee is dat er dan wel (politieke) interesse komt en er wellicht meer kan dan de huidige infrastructuur in stand houden.

10 jaar RWS-RUG samenwerking

duurzame infra ontwikkeling jos arts.png

Morgen vindt het symposium Duurzame Netwerken plaats in Groningen, ter ere van de 10-jarige samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de afdeling planologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Rijkswaterstaat heeft vele samenwerkingen met universiteiten, van oudsher vooral met de technische universiteiten. De samenwerking met Groningen ontstond nadat de leefomgeving binnen Rijkswaterstaat een centrale positie kreeg. Het ging niet alleen maar om het trekken van een weg van A naar B, maar er moest oog voor de omgeving komen. Want, zoals mijn hoogleraar Jos Arts in zijn oratie in 2007 stelde, “er is behoefte aan nieuwe wegen, maar de planvorming voor aanleg van die wegen loopt vast.” De opleiding Technische planologie in Groningen leidde altijd al veel studenten voor Rijkswaterstaat op, met haar aandacht voor infrastructuurplanning, naast milieu- en waterbeheer. De RWS-RUG samenwerking bestaat inmiddels uit een groep onderzoekers die kijken naar onder andere gebiedsgericht werken, publiek-private samenwerking, de integratie van nieuwe velden als energie en duurzaamheid met infrastructuur, en de herontwikkeling van infrastructuurnetwerken. Naast langere promotietrajecten wordt er ook allerlei projectonderzoek uitgevoerd. Een win-winsituatie: Rijkswaterstaat heeft een rijke en relevante praktijk waarbinnen het fijn onderzoek doen is voor wetenschappers, de Rijksuniversiteit Groningen biedt de ruimte voor reflectie en kan huidige (en toekomstige) ontwikkelingen duiden.

Zekerheid uitschakelen

Beatrixsluis.jpg

Hoewel de wereld een stuk onvoorspelbaarder zich ontwikkelt dan iedereen denkt, houden we halsstarrig vast aan het creëren van zekerheid. Recent verscheen een van mijn onderzoeksartikelen online in het wetenschappelijke tijdschrift Environment and Planning C over mijn onderzoek binnen het Sluizenprogramma van het agentschap Rijkswaterstaat. Ook in de beleidsdocumenten van Rijkswaterstaat is te lezen dat de maatschappij complex is en dat Rijkswaterstaat hier op moet anticiperen. Als je eenmaal in de projecten belandt, blijft hier weinig van over. Projectdoelen moeten gehaald worden en alles buiten de projectscope wordt afgedaan als irrelevant. Het dominante denken binnen Rijkswaterstaat benadrukt dat betrouwbaar opereren en kosteneffectief werken leidend zijn. Door het incorporeren van het New Public Management-gedachtegoed is dit verder verstevigd. Het Sluizenprogramma is daarvan een mooi voorbeeld. Het programma bestaat uit zes projecten die elk één sluis aanpakken: ‘kleintjes’ zoals Limmel en Eefde, en grote jongens als de Zeetoegang IJmond en de Nieuwe Sluis Terneuzen. Als ‘multi-project’ wisselen ze kennis, ervaringen, en mensen uit om de contractvoorbereiding van de projecten te perfectioneren. Omgaan met onzekerheid lijkt echter om een andere manier van denken te vragen dan die nu dominant is. Nu blijkt uit mijn onderzoek dat het dominante gedachtegoed vooral versterkt wordt. Er zou daarom bewust gezocht kunnen worden naar een nieuw gedachtegoed (met eigen praktijken), waarin meer ruimte is voor ambiguïteit en dynamiek.

Meer sector, minder facet

facetsector.png

Een van mijn favoriete columnisten is Japke-d. Bouma, die wekelijks voor NRC over jeukwoorden op kantoor schrijft. Ook op Twitter retweet ze vaagtaal graag. Onlangs viel de eer te beurt aan hoogleraar Maarten Hajer (Universiteit Utrecht). Ironisch, omdat juist hij een warm pleitbezorger is van heldere communicatie. De tweet betrof de reorganisatie van ministeries, die weer meer sectoraal lijken te zijn ingestoken. Planologen wisten direct waar Hajer het over had. Sinds kort hebben we een nieuw Ministerie dat verdacht veel op het voormalige Verkeer & Waterstaat lijkt, maar niet zo heet. Cora van Nieuwenhuizen geeft nu leiding aan het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat. Milieu valt officieel wel nog onder dit ministerie, maar is uit de naam verdwenen. Een deel is daarnaast overgeheveld naar het Ministerie van Economische Zaken & Klimaat. Eerder verdween de ruimtelijke ordening al, door de fusie van Verkeer & Waterstaat (V&W) met Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM). Een groot deel van het ruimtelijk beleid, zoals de Omgevingswet, valt in de nieuwe kabinetsindeling onder het Ministerie van Binnenlandse Zaken. Al met al lijkt er nationaal steeds minder oog voor facetten: overkoepelende beleidsterreinen die niet binnen één sector (zoals verkeer of landbouw) vallen. Wie pakt deze beleidsterreinen op? Gaat dat regionaal gebeuren, of ontstaat er interdepartementale samenwerking tussen ministeries?

Na de fiets, nu de voetganger

fietsaso.jpg

Op de lustrumeditie van het Let’s Gro festival in Groningen gaf Brent Toderian een leuke keynote. Toderian was lange tijd hoofd van de afdeling ruimtelijke ordening in Vancouver (Canada) en wordt nu overal ter wereld ingehuurd als consultant. Je zou zijn verhaal af kunnen doen als te populair, vanwege de vele catchphrases (zoals mobility is not about moving cars, but about moving people”), maar hij had wél ideeën en een kritische blik. Ook Toderian gaf Groningen complimenten over de radicale keuze die in de jaren ’70 is gemaakt om de binnenstad autovrij te maken. Maar hij maakte tevens duidelijk dat een nieuwe radicale stap nodig is. (Leunt Groningen teveel op haar succes?) Er wordt dan wel veel gefietst in Groningen, maar hoe is het met wandelen gesteld? Toderian pleitte voor meer oog voor de voetganger in de (binnen)stad, die soms door de fietsen het bos niet meer ziet. De gemeente zou zich daarom moeten richten op het creëren van “sticky streets”: straten waar het fijn verpozen is en je vanzelf blijft plakken. De straat is namelijk niet alleen maar een plek waar zoveel mogelijk fietsers doorheen moeten worden gepompt. Dan moeten wel die fietsen weg die nu overal geparkeerd staan. Tijdens Let’s Gro lanceerde de gemeente het initiatief #Fietsaso, waarmee foutparkeerders gewaarschuwd worden. Zie het als een eerste stap.