Op de fiets door Groningen

fietsstad

Marco te Brömmelstroet (Universiteit van Amsterdam) observeert in een bijdrage aan Ruimtevolk dat fietsonderzoek steeds meer (academische) aandacht krijgt in Nederland. Groningen is op dit moment druk zichzelf te promoten als dé fietsstad van Nederland. Zo’n 61% van alle verkeersbewegingen worden in de stad met de fiets afgelegd. The Guardian schreef vorig jaar een enthousiast verhaal over het verkeerscirculatieplan uit de jaren ’70, geïnitieerd door de toen pas 24-jarige Max van den Berg. De fiets kreeg toen ruim baan in het centrum. Onlangs las ik een kritische beschouwing van Groningen als fietsstad op het weblog Bicycle Dutch. De schrijver, Mark Wagenbuur, had zich goed verdiept en stipt mooi alle fietsknelpunten in de stad aan. Is in Groningen de wet van de remmende voorsprong van kracht? Groningen is een compacte studentenstad, wat al veel fietsverkeer verklaart. De weg ingezet in de jaren ’70 heeft dit alleen maar versterkt. Wagenbuur constateert dat de laatste jaren er weinig is gebeurd. Geen autovrije straten, fietsers en bussen die elkaar in de weg zitten, lastige en onveilige kruispunten voor fietsers. Nee, zo concludeert Wagenbuur, Groningen heeft weinig kans om de prijs ‘Fietsstad 2016’ binnen te halen.

Het blog van Marco te Brömmelstroet is hier terug te lezen. Is Groningen dé fietsstad van Nederland? Hier een kritische blik (in het Engels). Ook the Guardian schreef over Groningen als fietsstad.

Een nieuwe fase voor infrastructuurbeleid

VONKWe belanden in een nieuw tijdperk van infrastructuurplanologie, zo stel ik in mijn eerste wetenschappelijke paper. ‘Traditionele’ transportinfrastructuurnetwerken als vaar-, spoor- en snelwegen zijn zo goed als af in de meeste westerse landen. Als we kijken naar de nationale vaarwegen zijn de belangrijkste schakels gebouwd in de loop van de vorige eeuw; de afgelopen dertig jaar zijn we vooral druk geweest met het ‘finetunen’ van het netwerk. Dit betekent op sommige plekken grotere kunstwerken (infrastructuur) om de grotere schepen een plek te geven. Ook kwam de integrale benadering op, waarin meer aandacht is voor de omgeving (‘gebiedsgericht werken’). Er komt echter een grote, nieuwe uitdaging aan: het vervangen van bestaande infrastructuur. Hoe gaan we hiermee om? De huidige praktijk, vaak nog gericht op expansie, lijkt niet altijd meer adequaat. Infra-beheerders zoals Rijkswaterstaat zijn dan ook bezig zich aan te passen aan deze nieuwe context. Er worden nieuwe beleidsrichtingen verkend, maar veel lijkt nog op de bestaande manier van werken. Het gevaar bestaat dat die manier van werken incongruent raakt met de staat van het infranetwerk, terwijl afstemming tussen die twee noodzakelijk is.

Een eerste versie van dit argument is te vinden in een bijdrage aan het CVS Congres (november 2015) van Tim Busscher, Jos Arts en mij. Op het Deltaportaal kan je zien welke natte kunstwerken moeten worden vervangen de aankomende decennia.

Een barokke harmonie van initiatieven

BeitskeBoonstra

“Iedereen is een planoloog”, stelde Beitske Boonstra tijdens een seminar afgelopen week in Groningen. Boonstra promoveerde onlangs in Utrecht op de rol van de planologie in een tijdperk van actief burgerschap (denk: de energieke samenleving, de participatiesamenleving). Wordt de planoloog overbodig door al die initiatieven van onderop? Nee, volgens Boonstra, die initiatieven onderzocht in Almere, Birmingham en Kopenhagen. Haar onderzoek past in een bredere trend waarin de planoloog gezien wordt als een change manager en de nadruk komt te liggen op ‘worden’ in plaats van ‘zijn’. Planologen zouden initiatieven moeten verbinden en zorgen voor consistentie tussen die initiatieven. Niet om er een uniform geheel van te maken, maar een ‘barokke harmonie’. Zie het als verschillende, onregelmatige initiatieven die samen assemblages vormen. Bij mij rees de vraag hoe het zit met de democratische legitimiteit van deze initiatieven. Participeren alleen zij die de weg weten binnen overheden, en binnen de lijntjes kleuren van diezelfde overheden? Zijn het – in de woorden van Menno van der Veen en Jan Willem Duyvendak – vooral de prosecco drinkende, bakfietsende burgers die participeren? Planologen zouden juist ook aandacht moeten hebben voor de zwakkeren in de samenleving: hoor je deze groepen burgers wel terug in zo’n barokke harmonie?

Lees op ArchiNed een blog van Beitske Boonstra waarin ze haar ideeën uitlegt. Menno van der Veen en Jan Willem Duyvendak schreven in 2014 een kritisch stuk over de participatiesamenleving in De Groene Amsterdammer.

Collectief watercrises te lijf

HenkOvink

Vandaag hield Henk Ovink de Planologielezing, georganiseerd door de vakgroep Planologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Ovink is de eerste Nederlandse watergezant; hij reist de wereld over om de urgentie van goed waterbeleid te benadrukken en initiatieven met elkaar te verbinden. Mocht de impact van de watercrises, nu en in de toekomst, nog niet duidelijk zijn, dan werd dat het wel tijdens zijn presentatie. Interessant was Ovinks observatie dat deze crises met elkaar samenhangen, en zich vaak uiten op het regionale of stedelijke niveau. Echt een uitdaging voor planologen dus, die gewend te zijn integraal te kijken en op deze niveaus opereren. De crux is om collectief en in samenwerking watercrises aan te vliegen, op een integrale en inclusieve manier. Dit vraagt wel om een cultuuromslag. Voorbeelden als het door Ovink mede-ontwikkelde Rebuild by Design uit New York/New Jersey bieden inspiratie. Ook het Nederlandse waterbeleid is een grote bron van inspiratie, van de oprichting van waterschappen (de eerste daterend uit 1122!) tot recente voorbeelden als Ruimte voor de Rivier. Deze voorbeelden tonen de transformative approach die Henk Ovink voorstaat; een benadering die noodzakelijk is om watercrises het hoofd te bieden.

Om een indruk van Henk Ovink’s werk te krijgen, bekijk zijn Twitter account. Meer over Rebuild by Design weten? Lees het recent verschenen boek. Informatie over de Planologielezing is hier te vinden.

Het fietspad naar Zernike

FietspadSelwerd

Er moeten steeds meer mensen naar de Zernike Campus in Groningen. Een groot deel neemt de bus of komt met de fiets. Dat bijt. De eindeloze stroom fietsers op de Zonnelaan creëert een opstopping van auto’s op de ringweg. Het aanprijzen van een ‘slimme route’ voor fietsers moest deze stroom wat indammen. Het probleem verplaatste zich naar het fietspad door de wijk Selwerd. Het fietspad zit inmiddels aan z’n max, lijkt het. De gemeente wil ingrijpen: een breder fietspad om de doorstroom te garanderen. Hiervoor moeten zo’n 70 bomen gekapt worden. “Ik moet dood”, is de afgelopen dagen op verschillende bomen in Selwerd te lezen. Opgeprikt door boze omwonenden die niet betrokken zijn bij deze plannen. Typisch een dilemma waar planologen mee geconfronteerd worden: het netwerkbelang moet worden afgewogen met het lokale belang. In dit geval: het gemeentelijke fietsnetwerk versus de leefbaarheid in de wijk.

Zelforganisatie in China

Shuhai thesis

Morgen promoveert collega Shuhai Zhang in Groningen. (Overigens voor de tweede keer, hij heeft al een dokterstitel van Peking University uit 2013.) Zijn proefschrift gaat in op hoe autonoom stedelijke verandering eigenlijk optreedt. We plannen wat af, maar slechts een deel daarvan zien we uiteindelijk om ons heen. Veel ontstaat onbedoeld door ons handelen, of ontstaat spontaan buiten ons om. Shuhai heeft een framework ontwikkeld om dit soort ontwikkelingen van zelforganisatie te kunnen bekijken en duiden. Dit doet hij in verschillende case studies in en rondom Beijing (China). De planologie speelt geen controlerende rol meer, maar creëert hooguit de condities waarbinnen zelforganisatie plaatsvindt. Eén van Shuhai’s aanbevelingen stelt dat we af moeten van ‘getting things under control’, en juist ‘getting ready for change’. Ogenschijnlijk tegenstrijdig klinkt dit, voor mij als leek van China, wat nog steeds graag de touwtjes strak in handen lijkt te willen hebben.

De verdediging van Shuhai begint om 11.00 en vindt plaats in de aula van het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen (Broerstraat 5). Het proefschrift is hier te lezen.

De nieuwe Noordersluis

Zeesluis IJmuiden excursie

Zo’n 80 internationale masterstudenten van het vak Dilemma’s in Infrastructure Planning reizen deze weken door Nederland langs een drietal grote infrastructuurprojecten om daar te horen en zien wat de dilemma’s zijn. Vorige week dinsdag bezochten ze het sluizencomplex bij IJmuiden; ik was mee als begeleider. Het complex verbindt de Noordzee met (onder andere) de haven van Amsterdam. Het is een fascinerend stukje Nederland. Aan de ene kant is het ‘niemandsland’, met zware industrie zoals de Hoogovens. Aan de andere kant staan er oude sluiswachterswoningen tussen de sluizen, en ook de bebouwde kom van de gemeente Velsen ligt dicht tegen de sluizen aan. Het zijn niet alleen deze belangen die een rol spelen. Het Havenbedrijf Amsterdam speelt ‘op afstand’ een invloedrijke rol; zij wil graag grotere (cruise)schepen naar haar haven lokken om internationaal concurrerend te zijn. Ondertussen is het sluizencomplex een primaire waterkering, dus ook de waterveiligheid moet geborgd blijven. Weet al die functionaliteiten maar eens bij elkaar te brengen. Ik heb nu dan ook al meerdere keren gehoord dat het ‘managen’ van een sluisproject een stuk uitdagender is dan – zeg – een stuk snelweg.

Ik schreef al in een eerder blog over de nieuwe Noordersluis (zie hieronder). De bouw is onlangs begonnen en de sluis wordt naar verwachting in 2019 opgeleverd.