Vooruitkijken bij infrastructuur

gemaal vissering.jpg

Afgelopen woensdag ging het over de vooruitziendheid van beslissingen bij het vervangen van waterinfrastructuur tijdens een symposium bij het gemaal Vissering op Urk, georganiseerd door Wageningen Universiteit en Waterschap Zuiderzeeland. Waar ik zelf me richt op kunstwerken in de vaarwegen, hebben andere infrabeheerders (bijvoorbeeld gemeenten en waterschappen) natuurlijk ook te maken met verouderde infrastructuur. Als je onderdelen in je netwerk gaat vervangen, moet je vooruitkijken naar de lange termijn. In hoeverre beïnvloedt een lange-termijnblik de besluitvorming? Wieke Pot (WUR) ontwikkelt een raamwerk om dit analyseren. Er wordt onder andere gekeken naar in hoeverre het gedefinieerde probleem, de ontwikkelde oplossingsrichtingen en de context (zoals de institutionele ‘regels van het spel’) op de toekomst gericht zijn. Bij mij bleef hangen dat de vooruitziendheid sterk beïnvloed wordt door het zetten van een ‘stip op de horizon’. Opgelegde normen dwingen bijvoorbeeld organisaties vooruit te kijken (zoals klimaatdoelstellingen). Ook ambitie uitspreken helpt. Bij het gemaal Vissering is bewust ‘een vlag op het object geplant’ om dit object het beste gemaal ter wereld te maken. Vervanging kost veel geld en in het ergste geval ‘krijg je alleen terug wat je al hebt’. Door dus ofwel ambitie uit te spreken, of je te conformeren aan normen legitimeer je de beslissing voor vervanging beter én kijk je meer vooruit.

Planologie als kunst

Zef Hemel.jpg

Maak geen plannen, maar kunst. Het was de centrale boodschap van Zef Hemel (werkzaam voor de Amsterdam Economic Board en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam), die vandaag een prikkelende Planologielezing in Groningen hield. Aan de hand van zeven voorbeelden vertelde Hemel over zijn inspiratiebronnen (onder andere kunstenaar Ilja Kabakov en planoloog Patrick Geddes) en over de projecten waar hij de afgelopen jaren aan heeft gewerkt (Volksvlijt 2056 en Vrijstaat Amsterdam). Het gemeenschappelijke element in deze projecten was het stimuleren van dromen. Samen met kunstenaars werden Amsterdammers uitgedaagd te dromen over de toekomst. Stuur mensen de buurt in met een camera, zet ze bij elkaar en er ontstaan vanzelf verhalen en ideeën. Al die inspiratie hoeft niet worden omgezet in een gedeeld droombeeld. Aan consensus heeft Hemel een broertje dood, want er is immers niet één toekomst. De dromen hoeven ook niet in plannen te worden gegoten – dat werkt toch niet. De planologie van vandaag werd afgedaan als te bureaucratisch en te rationeel. Zelforganisatie zou leidend moeten zijn, waar de kunst bij helpt. De projecten van Hemel illustreerden welke bewegingen dromen op gang kunnen brengen. De zaal morde nog wat: wat blijft er over van de planoloog als we dromen niet mogen omzetten in plannen?

Ga toch reizen!

Ap Dijksterhuis.jpg

Het is een welbestede boodschap aan geografen: ga toch reizen! Psychologiehoogleraar Ap Dijksterhuis (Radboud Universiteit) hield gisteren een vermakelijke en aanstekelijke lezing voor Studium Generale in Groningen over de voordelen van reizen. Door de continue verwondering op reis stimuleer je je brein. Het maakt je gelukkiger, je wordt er creatiever van en het haalt vooroordelen onderuit (handig in een geglobaliseerde wereld). Het kon dus allemaal niet op. Het liefst moet je wel op pad naar een exotisch land (minstens Marokko volgens Dijksterhuis) en een beetje lang (een week is niet genoeg). Zijn verhaal in een bomvolle zaal was doorspekt met hilarische anekdotes en eigen reisfoto’s. Het riekte soms een beetje naar Oriëntalisme door het benadrukken van het mysterieuze van andere, ‘vreemde’ culturen. En voordat je meteen je koffers pakt: Dijksterhuis gaf zelf al een disclaimer mee. Het onderzoek waar zijn boek op is gebaseerd is nog niet allemaal even doorwrocht, en wat wordt aangetoond zijn hooguit correlaties en vooral geen causale verbanden. Het kon het publiek niet zoveel schelen. Die dacht gelukzalig terug aan haar laatste verre trip of mijmerde al over een nieuwe. Wegweeën, in de woorden van Dijksterhuis.

De lezing werd georganiseerd door Studium Generale naar aanleiding van het recent verschenen boek van Dijksterhuis: Wie (niet reist) is gek.

De Amsterdamse tuinsteden

Algemeen uitbreidingsplan Amsterdam

In het Amsterdamse gemeentearchief is nog tot en met 16 juli 2017 de tentoonstelling ‘Een betere stad: Amsterdam en het Algemeen Uitbreidingsplan’ te zien. In 1935 presenteerden de stedenbouwers, onder leiding van Cornelis van Eesteren, een groot ontwerp dat anticipeert op de grote bevolkingsgroei. Deze plannen werden na de Tweede Wereldoorlog gerealiseerd. Het gaat om de westelijke tuinsteden als Bos en Lommer, Slotervaart en Osdorp rondom de nieuw gegraven Sloterplas. De ontwerpen zijn een interessante combinatie van Ebenezer Howard’s tuinsteden (groen opgezette, zelfstandige buurten in de buurt van stedelijke centra met wonen en werken gescheiden) en de functionele stad voortkomend uit de CIAM-stroming. Van Eesteren c.s. onderscheidden in het Algemeen Uitbreidingsplan vier functies: wonen, werken, recreatie en verkeer. (Verkeer vind ik altijd een vreemde eend in de bijt, als op zichzelf staande functie.) De nieuwe wijken, speciaal gericht op de arbeidersklasse, werden wijds opgezet, met veel groen, in strakke lijnen en met nieuwe bouwvormen. De verschillende kamers in de tentoonstelling laten de worsteling zien met deze ideeën: zo’n vijftig jaar later worden de wijken als eenvormig gezien en zijn de huizen niet meer van deze tijd. Tijd voor een herstructurering. Sommige huizen worden gesloopt, nieuwe huizen komen ervoor terug – wat leidt tot veel discussie in de buurt. De gemeente doet een stapje terug, de woningcorporaties krijgen een grotere rol. De herstructurering verloopt moeizaam door veel financiële problemen. Nu Amsterdam weer flink groeit zijn de westelijke tuinsteden een gewilde locatie geworden voor verdichting en hoogbouw. Verdwijnt zo het naoorlogse erfgoed en de oorspronkelijke opzet van de wijken?

De 5 (11)

Elke maand publiceer ik de 5: vijf nummers die ik tijdens het werken veel geluisterd heb. We zijn aanbeland bij aflevering 11. Op Spotify is de hele lijst terug te luisteren, inclusief de nummers hieronder.

Sinkane – Makin’ Time

Sinds ik Sinkane heb ontdekt met zijn recente album Life & Livin’ It, ben ik ook ouder werk van hem gaan luisteren. Zoals dit nummer uit 2012.

Little Dragon – Sweet

Binnenkort komt het nieuwe album uit van Little Dragon waar deze hit op staat.

Nuno Dos Santos – Prosa

De Portugees-Utrechtse DJ Nuno Dos Santos produceert tegenwoordig ook eigen werk. Prosa is een heel fijn nummer.

Kendrick Lamar – HUMBLE.

Een lekker hitje van wereldster Kendrick Lamar.

Joe Goddard – Home

Omdat ie vanavond in Bitterzoet (Amsterdam) staat: een nummer van Joe Goddard, een van de bandleden van Hot Chip. Met leuke sample.

De wetenschap achter planologie

amsterdam cs

Is planologie überhaupt wel een wetenschap? Vorige week wierp ik deze vraag op tijdens een alumnibijeenkomst van mijn faculteit Ruimtelijke Wetenschappen (Rijksuniversiteit Groningen) bij Rijkswaterstaat in Utrecht. Hierbij een poging om mijn gedachten eens te ordenen. Om bij het begin te beginnen: ik zie planologie ten eerste als een vakgebied dat gericht is op interventies in de fysieke leefomgeving met het (normatieve) doel deze leefomgeving te willen verbeteren. Planologie als wetenschap zou je kunnen zien als de reflectie op de praktijk: het biedt kaders om te verklaren hoe en waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn en hoe zich dat manifesteert in de ruimte. Planologische wetenschappers putten hiervoor uit theorieën afkomstig uit onder andere de geografie, bestuurskunde, politicologie, sociologie en economie. Ik kan me vinden in de emeritus hoogleraren Len de Klerk (Universiteit van Amsterdam) en Ton Kreukels (Universiteit Utrecht) die in Rooilijn (2015) stelden: “[h]et ‘eigene’ van planologie gaat hiermee meer de kant uit van het verbinden van verwante disciplines rond fysiek-ruimtelijke ordeningsvraagstukken dan van eigen theorieën over het (dis)functioneren van de ruimtelijke orde.” Planologie is ‘op zichzelf’ dus geen wetenschap; de praktijk is onlosmakelijk verbonden met de theorie. Veel van de hedendaagse planologische wetenschap houdt zich daarom bezig met het duiden van planologie als ‘sociale praktijk’.

Stedelijke en rurale identiteiten

hansen zeh boek.pngIn de Duitse romans Het oude land (Dörte Hansen) en Ons soort mensen (Juli Zeh) (beiden vorig jaar verschenen in een Nederlandse vertaling) wordt het contrast tussen stad en platteland prachtig beschreven. Hansen beschrijft de regio das Alte Land bij Hamburg. Zeh heeft het over het fictieve dorp Unterleuten, niet ver van Berlijn in het voormalige Oost-Duitsland. De plattelandsbewoners en de ‘import’ worden in beide boeken niet gespaard. In Het oude land kom je bijvoorbeeld een ouder koppel tegen dat lekker wil afbouwen op het platteland en er alles heerlijk ‘authentiek’ vindt – tot ergernis van de lokale bevolking. Ook wordt de yuppengeneratie in de grote stad (Hamburg) treffend beschreven. In Unterleuten regelen de inwoners alles liever lekker zelf, zonder invloed van buitenaf, en hoort iedereen net wat anders via de dorps-tamtam. Vind als buitenstaander daar maar je weg in. Is dat dus iets ‘lekker authentieks’ waar je vrienden in de stad jaloers op zijn of iets ouderwets en achterlijks? Andersom is het net zo: hebben die stedelingen nou echt geen weet hoe je dingen regelt? En kunnen ze sommige dingen niet gewoon de boel laten? Verplichte kost voor (cultureel) geografen.