Een dans van intenties en spontaniteit

horlingsinauguratie.jpg

Sinds vorig jaar is hoogleraar Ina Horlings onze nieuwe collega. Afgelopen dinsdag hield ze haar inaugurele rede in de Aula in Groningen. Het was mooi om te horen hoe ze haar idealen verbond met haar onderzoek. Centraal in haar oratie stonden twee vragen: waar doen we het als planologen voor en waarom? De mens en die waarden die hij of zij aan een plek hecht nemen dan ook een belangrijke rol in Horlings’ onderzoek. Haar nadruk ligt sterk op het intersubjectieve – wat mensen gezamenlijk overeenkomen. Ze voegde daarmee een belangrijk element toe aan hoe planologie door veel van mijn collega’s in Groningen wordt bedreven. Deze collega’s gebruiken een complexiteitsperspectief om de ontwikkeling van plekken te bekijken. Horlings stelt terecht dat de politieke aspiraties – in wat voor ’n plek willen we leven? – niet altijd terug te zien zijn met een complexiteitsbril op. Hoe kunnen we dan toch een bepaalde richting op? Plekken ontwikkelen zich voor een deel autonoom (zelforganiserend), en voor een deel intentioneel (met een bewust doel). In de woorden van Horlings: planologie kan worden begrepen als een dans tussen collectieve intenties en spontane verschijningen. Planologen moeten op gepaste afstand blijven en ruimte laten aan burgers en ondernemers. De vindingrijkheid van deze groepen draagt uiteindelijk bij aan de plekken waar we samen naar streven.

Modelleren van complexe systemen

frankhauser.jpg

In een serie Planning & Complexity seminars was afgelopen week hoogleraar Pierre Frankhauser (Université de Franche-Comté) te gast. De modelmatige aanpak uit de geografie kwam langs met onder andere Torsten Hägerstrand en Walter Christaller. Deze aanpak, vaak kwantitatief en positivistisch van aard, heeft in de geografie veel kritiek gekregen. Zie bijvoorbeeld hoe in Nederland de Centrale Plaatsentheorie van Christaller vorm heeft gekregen in de Noordoostpolder. Frankhauser presenteerde een een verbeterde versie hiervan, samen te vatten als ‘Christaller 2.0’. In deze versie wordt complexiteit omarmd en als een gegeven beschouwd. Maar hoe kan je complexe systemen modelleren? Het antwoord van Frankhauser was paradoxaal genoeg dat complexiteit moest worden vermeden voor het modelleren van complexe systemen. Het aantal variabelen moet daarom worden beperkt. Frankhauser liet mooi zien hoe modellen veel geavanceerder zijn geworden. Zulke modellen kunnen zeker helpen om inzicht te geven in hoe de wereld werkt, en welke factoren met elkaar samenhangen, maar de voorspellende waarde moet niet worden overschat. Helemaal niet als je uitgaat van complexe systemen, lijkt me: een kleine verandering kan volgens deze theorieën het zetje zijn voor grootschalige systeemveranderingen.