Jane Jacobs in Vinkhuizen

Vinkhuizen.jpg

Door de ogen van Jane Jacobs keken we donderdag naar Vinkhuizen in Groningen. Wandelingen met haar naam vinden plaats over de hele wereld en zijn een eerbetoon aan de in 2006 overleden journaliste en activiste. We keken naar vier van haar principes: variatie in gebouwen, de dichtheid, multifunctionaliteit, korte blokken. Vinkhuizen is een naoorlogse wijk ten westen van de Groningse ringweg vol met typische modernistische architectuur. Daarmee is het niet een typische Jane Jacobs wijk. Gelukkig is er flink geïnvesteerd in deze buurt de laatste twee decennia, waardoor sommige ‘stempels’ van woningen vernieuwd zijn, net als het winkelcentrum. Er is dus meer variatie dan je als buitenstaander zou denken; de principes van Jacobs zie je dus tot op zekere hoogte zeker terug. Punt voor verbetering is het aanpakken van de nog steeds autogerichte buurt, met brede wegen als barrières tussen buurten. Ook zou het wijkcentrum Vinkhuys, in een oude boerderij, meer centraal kunnen staan in de buurt. Waarom is het niet verbonden met het nieuwe winkelcentrum met inwisselbare ketens als Albert Heijn, Etos en Aldi? De deelnemers, allemaal niet woonachtig in de wijk, zaten vol ideeën, maar zoals ook in het etentje na afloop werd bediscussieerd: wat vinden de bewoners zelf?

Jane’s Walk in Vinkhuizen werd georganiseerd door het onderzoeksconsortium R-Link en Pakhuis De Zwijger.

Advertenties

Instituties in de planologie

GemeenteUtrecht.jpg

In de klassieker The Death and Life of Great American Cities van Jane Jacobs is een aspect compleet afwezig: instituties. Seymour Mandelbaum beschrijft in een artikel uit 1985 dat planologie zich vroeger richtte op planologen die ingrepen doen in de leefomgeving voor een afnemer (burgers, gebruikers). De relatie tussen de planoloog en de afnemer stond centraal; het boek van Jacobs is daar een inspirerend voorbeeld van. De laatste 30 jaar wordt die interactie tussen planoloog en afnemer vaak ook op een andere manier bekeken. Het werk van de planoloog wordt namelijk sterk gestructureerd. Deze structuren zijn ontstaan door het oprichten van instituties. Denk aan formele instituties als wet- en regelgeving, en informele instituties als normen en waarden. De ‘institutional turn’ in planologie is goed terug te zien in het werk van populaire wetenschappers als Patsy Healey, Ernest Alexander en Judith Innes. De laatste heeft wel eens gezegd dat planologie institutional design is. Binnen onze vakgroep in Groningen is dit een belangrijk uitgangspunt: we bekijken institutionele transformaties, om daarmee ruimtelijke transformaties te kunnen duiden. Onze interpretatie van planologie schuurt daarom sterk tegen bestuurskunde aan. Met het echte fysieke ingrijpen in de omgeving doen we veel minder. Het boek van Jane Jacobs gaat voor mij dan ook weer terug naar de basis en onderstreept maar weer eens waar het uiteindelijk allemaal om draait in de planologie: het maken van goede ruimtelijke interventies.

Het straatballet van Jane Jacobs

Jane Jacobs.jpg

Nu ik in Jane Jacobs’ klassieker The Death and Life of Great American Cities (1961) begonnen ben, speur ik automatisch naar ‘street ballets‘ op straat. Ik zag ze afgelopen weekend op de Klarendalseweg in Arnhem en de Burghardt van den Berghstraat in Nijmegen. Plekken die leven, en waar kinderen zich veilig kunnen begeven. Planologen moeten de straat op, vindt Jacobs. Zelf dus kijken hoe de stad functioneert en patronen ontwaren, in plaats van rationeel plannen te maken en ‘op te leggen’ aan gebieden. Wijken die een slechte naam hebben blijken in de praktijk dan vaak best mee te vallen. Er is namelijk sociale controle op straat, door een mix van woningen, winkeltjes, parken en kantoren. Van buitenaf misschien een chaos, maar wel een levendige en veilige chaos: een waar straatballet. Dát moet gestimuleerd worden, in plaats van ordentelijk de ruimte in te willen richten. In 1961 stond deze boodschap haaks op de tijdsgeest, zeker in de Verenigde Staten, en sloeg in als een bom. Haar boodschap heeft veel navolging gekregen en ze is nog steeds ongekend populair onder planologen. Dit jaar is, vanwege haar honderdste geboortejaar, door sommigen zelfs al het Jane Jacobsjaar genoemd.