Circuleren door Gent

circulatieplan

Vandaag is in Gent het circulatieplan ingevoerd. Gisteren werden 1500 nieuwe verkeersborden opgehangen; maar liefst 77 straten veranderen van rijrichting (zo merkten wij ook gisteren). Het is allemaal gericht op de Vlaming uit de auto te halen en de stad leefbaarder en schoner te maken. Het hart van Gent is vanaf vanochtend in zes delen opgedeeld (‘sectoren’), die alleen via een omliggende ringweg (de R40) bereikbaar zijn. Tussen de sectoren kan niet meer doorgestoken worden met de auto – je moet steeds terug naar de ring. Een “historische dag” voor Gent, aldus de burgemeester Termont in de Standaard. Het vraagt om nogal een omslag. Tomas Vanheste schrijft in De Morgen dat “[h]et spreekwoord luidt dat de Vlaming met een baksteen in de maag is geboren. Maar het had evengoed kunnen zijn dat hij met een autostoel onder zijn poep uit de buik kwam.” Wat hem betreft gaat het plan niet ver genoeg: Gent zou ook flink in fietsinfrastructuur moeten investeren. Als historische stad zou Gent zo verschillende Nederlandse steden achterna kunnen om echt een fietsstad te worden waar de auto in het centrum grotendeels verbannen is. De burgemeester van Gent verwacht dat Gentenaren al over een paar maanden in “een nieuwe stad” wonen. De ervaring in Nederland is dat dit wel een paar decennia kan duren. Gent heeft de eerste stappen gezet, én de verwachte chaos vandaag bleef in ieder geval uit.

Advertenties

Politici over (im)mobiliteit

Ruimtelijk Verkiezingsdebat.jpg

Gisteren discussieerden toekomstige Tweede Kamerleden van de grote politieke partijen (uiteraard exclusief de PVV) in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen in het Ruimtelijk Verkiezingsdebat. Een van de thema’s was mobiliteit. Al gauw ging de discussie over modaliteiten om de files te bestrijden: de een richt zich asfalt, de ander op het OV en de fiets. Stientje van Veldhoven (D’66) probeerde deze discussie te ontstijgen door te focussen op regionale bereikbaarheid, en vervolgens te kijken welke modaliteiten nodig zijn om dat te garanderen. De opmerking van Sandra Beckerman (SP) óf we ons wel moeten willen verplaatsen sneeuwde helaas wat onder. Terwijl dit een wezenlijk punt is, helemaal voor planologen. Eerder schreef ik al over deze vraag. Kunnen we niet veel beter regio’s anders inrichten door ze te verdichten en te verknopen? Wonen en werken kunnen daardoor bijvoorbeeld veel dichterbij elkaar komen te liggen, waardoor de mobiliteitsvraag daalt. In plaats van te kijken naar het mobiliteitsaanbod (en het blijven aanbieden van mobiliteit door nieuwe snel- of spoorwegen), kan met ruimtelijk beleid de mobiliteitsvraag aangepast worden. Helaas gingen de politici hier gisteren maar weinig op in: ze waren vooral druk met bevestigen dat volgens het CPB met hun plannen de files het hardst zouden dalen.

Weer asfalt rollen?

file

Nu de economische groei weer aantrekt, klinkt de asfaltlobby ook steeds luider. Meer asfalt lost alleen weinig op, het is hooguit een kortetermijnoplossing. De maatschappelijke baten van snelwegen mogen wellicht hoog zijn; dat zijn de kosten ook, omdat gewerkt moet worden in (zeer) verstedelijkt gebied. Pepijn van Wijmen (APPM) en Bas Govers (Goudappel Coffeng) hielden in Het Financieele Dagblad van afgelopen zaterdag daarom een ander pleidooi: “We ontkennen het belang van de auto niet. Wel pleiten we voor een samenhangende strategie waarbij de aandacht verschuift van het oplossen van files op te lossen naar het beheersbaar houden van reistijden per auto.” Vereist wordt dus om breder te kijken naar mobiliteits- en bereikbaarheidsvraagstukken. Dat vraagt ten eerste om het denken in meerdere modaliteiten (openbaar vervoer, fiets én auto) en hoe ze elkaar kunnen aanvullen. Ten tweede zou de mobiliteit kunnen worden beïnvloed door meer te bouwen rondom OV-knooppunten (denk aan transit-oriented development) en de grote steden te intensiveren. De vraag naar woningen zou door overheden meer verknoopt kunnen worden met vragen rondom bereikbaarheid – door bijvoorbeeld niet in een groen weiland te gaan bouwen. Wijmen en Govers schetsen een duidelijk beeld van een toekomstig mobiliteitsbeleid: wie gaat ermee aan de slag?

De brandbrief van de mobiliteitslobby

file1.jpg

Een bont gezelschap, verenigd in Mobiel Nederland, stuurde gisteren een brandbrief naar premier Mark Rutte en de Tweede Kamer. Nederland slibt dicht nu de economie weer aantrekt, stelt deze coalitie waar partijen als Schiphol, ANWB, de Fietsersbond en Bouwend Nederland broederlijk naast elkaar staan. Volgens mij zijn er inderdaad flinke investeringen nodig, maar niet zozeer in nieuwe infrastructuur. Zoals het Centraal Planbureau en het Planbureau voor de Leefomgeving onlangs stelden hoeven we ons minder te richten op expansie. Investeringen zouden zich juist moeten richten op twee sporen: (1) het verbeteren van multimodale infrasystemen (fiets, OV en auto), vooral rondom steden, en (2) het onderhouden en vernieuwen van bestaande infrastructuur. Een coalitie als Mobiel Nederland zou de vinger aan de pols moeten houden of er wel genoeg geld wordt vrijgemaakt voor beheer en onderhoud. Als we bijvoorbeeld kijken naar de vaarwegen, waarschuwde de Algemene Rekenkamer in 2015 voor een tekort aan budget – een terugkerend verschijnsel. Reden te meer om dit goed in de gaten te houden; het aandeel beheer en onderhoud zal namelijk alleen maar groter worden.

Nieuw mobiliteitsdenken

file.png

Als iets duidelijker werd afgelopen week op het Transport Research Arena congres, dan was het wel dat onze kijk op transport de aankomende jaren drastisch gaat veranderen. Bepaalde groepen in de samenleving lijken bijvoorbeeld nu al minder te hechten aan eigen auto, maar willen “on demand” beschikken over mobiliteit. Het past binnen een bredere trend waarbij binnen mobiliteitsdenken steeds meer focus is voor plaatsen. Traditioneel is er veel aandacht voor het verplaatsen van personen binnen zo’n kort mogelijke tijd over zo’n groot mogelijke afstanden. Tegenwoordig schrijven meer onderzoekers, zoals Wim Derksen onlangs in het Parool, over verdichting en verstedelijking: zijn korte afstanden misschien niet wenselijker? Zouden we niet beter kunnen zorgen dat mensen hun baan vlakbij hun woning kunnen vinden? Immobiliteit heeft ook zo zijn voordelen, iets wat Antonio Ferreira (University of Leeds) en collega’s al op AESOP in 2014 beargumenteerden. Het transportnetwerk zou er dan ook anders uit moeten komen te zien: fijnmaziger en bijvoorbeeld met de mogelijkheid om makkelijk te switchen van modaliteit (fiets, trein, auto). Paradoxaal genoeg is er in Nederland onlangs een motie unaniem de Tweede Kamer aangenomen om het Infrafonds met twee jaar te verlengen, zo berichtte de Volkskrant. Politieke partijen hebben hun wensenlijstje al klaarliggen welke snel- en spoorwegen er aangepakt moeten worden. Blijven we daarmee niet hangen in het verouderde mobiliteitsdenken?

Bovenstaande cartoon is van Tom Toro/The New Yorker.