Nieuwe natuur door techniek

MarkerWadden.jpeg

Op 15 maart a.s. kan er ook gestemd worden op de Marker Wadden. De gemeente Lelystad zet speciaal een stemhokje op het onbewoonde eiland, meldt Trouw. Het eerste eiland is inmiddels zo goed als af, voor de volgende vier is de financiering rond. De Marker Wadden zijn bedacht om weer leven in het Markermeer te blazen. In deze dichte bak water was weinig flora en fauna meer te vinden. Natuurmonumenten, Rijkswaterstaat en Boskalis hebben een uniek project gerealiseerd waarin natuurontwikkeling en waterbouwtechniek samenkomen. Zoals Minister Schultz ook benadrukte, dit nieuwe land is niet gecreëerd voor economisch gewin (Tweede Maasvlakte) of om bevolkingsgroei op te vangen (Flevoland). De Marker Wadden zijn vooral gecreëerd voor de natuur. “God schiep de aarde, maar de Nederlanders schiepen Nederland”, met nu weer een nieuw hoofdstuk. Het eerste nieuwe leven is al gesignaleerd op het kale zandeiland. Uiteraard (zoals bijna overal in Nederland) wordt de natuur ook toegankelijk gemaakt voor recreanten. Binnenkort verschijnen er wandelpaden, uitkijktorens, een jachthaven en kinderspeelplaats. Vanaf 2018 is het eiland echt open voor bezoekers. Rond 2020 moeten de volgende vier eilanden gerealiseerd zijn. Ondertussen is de hoop om dit bijzondere project ook in het buitenland te kunnen uitventen.

Een andere blik op de stuw

stuw-grave1

De stuw in Grave blijft de gemoederen bezig houden. Vandaag berichtte de NOS dat Rijkswaterstaat als noodoplossing een tijdelijke dam bij de stuw neerlegt. Het is vooral het verhaal hoe één ‘nat kunstwerk’ grote effecten heeft voor de rest van het vaarwegennet. De stuw stamt uit 1928. Rijkswaterstaat is daarom al een tijdje bezig om te kijken hoe het hele stuwencomplex in de Maas – in Grave ligt één van de zeven stuwen – kan worden aangepakt. Vanaf 2025 is de verwachting om hier echt aan de slag te gaan. Naast dat er nu natuurlijk snel een tijdelijke oplossing moet worden verzonnen, is het ook een goed moment om te kijken hoe we de Maascorridor willen inrichten naar de wensen van nu én de toekomst. Breder vervangen noemde ik dat eerder. De vele aandacht voor de vaarwegen deze weken lijkt een mooie aanleiding om zo’n bredere discussie te starten. Veel mensen hebben wel een mening over een snelweg, maar vaarwegen leven veel minder. Tijd om dat te veranderen. Waar zou volgens u de vaarweg voor kunnen dienen, als we binnenkort hier mee aan de slag gaan?

Breder vervangen

stuw grave.jpg

Bezig met een ronde interviews merk ik dat de vervangingsopgave in de vaarwegen veel meer is gaan leven. In het Infrafonds heeft de Minister van Infrastructuur & Milieu in juni dit jaar het extra beschikbare geld in eerste instantie geoormerkt voor vervanging en renovatie en beheer en onderhoud. Ook heeft Rijkswaterstaat een nieuwe strategische visie ontwikkeld voor vervanging en renovatie. Vervanging en renovatie eist zo nadrukkelijker zijn plek op tussen aanleg en regulier beheer en onderhoud. Vervanging wordt nu vaak vanuit technisch oogpunt aangevlogen. Rijkswaterstaat brengt in kaart wanneer een infrastructureel object (zoals een sluis of stuw) ‘technisch einde levensduur’ is, ofwel wanneer de constructie ‘afgeschreven’ is. (Dit kan versneld worden door intensiever gebruik dan verwacht; zie de problematiek rondom de Merwedebrug.) Rijkswaterstaat vraagt vervolgens budget van het Ministerie om het object te vervangen. Dit resulteert vaak in een nieuw object op dezelfde plaats dat dezelfde prestaties of functies levert – ook wel ‘1-op-1 vervanging’. In de nieuwe strategische visie wordt er nu explicieter een afweging gemaakt tussen ‘1-op-1 vervanging’, levensverlengende maatregelen (zodat een stuw bijvoorbeeld nog tien jaar langer mee kan), of het toevoegen van extra functies. Deze afweging is gestoeld op een analyse van het omliggende gebied (met welke ruimtelijke ontwikkelingen zouden we kunnen ‘meekoppelen’?), en van het grotere systeem (wat willen we met deze vaarwegcorridor?). Van een interne gelegenheid tussen Rijkswaterstaat en het Ministerie, wordt het vervangen van een object daarmee meer een maatschappelijke kwestie: een kwestie waar logistieke partners, schippers, regionale overheden ook een mening over hebben. Maar hoe organiseer je zo’n proces waarin alle belangen worden meegenomen en afgewogen? Dat is nu de zoektocht.

Een luisterend oor?

omgevingsmanagement.jpg

NRC Handelsblad zette afgelopen woensdag de omgevingsmanagers van Rijkswaterstaat in het zonnetje. Zoals de kop het mooi samenvat: ‘de ingenieur heeft leren luisteren’. Omwonenden, bedrijven en lokale overheden eisen meer inspraak in het plannen en realiseren van infrastructuur. Deze golf van democratisering is al ingezet sinds de jaren ’70. Tegenwoordig heeft elk project zijn eigen omgevingsmanager. Deze manager onderhoudt het contact met de omgeving en probeert hun wensen zoveel mogelijk te verwezenlijken in de plannen. Als we kijken naar de participatieladder van Sherry Arnstein zien we dus dat Rijkswaterstaat langzaam een paar treetjes omhoog schuift. In hoeverre je echt van participatie kan spreken blijft de vraag. Omgevingsmanagement betekent vooral voorlichten en consulteren. Maar tot zekere hoogte kunnen omwonenden dus meepraten. De omgevingsmanager wordt vooral ingezet om de ‘hindermacht’ te beperken en te zorgen dat het project soepeltjes uitgevoerd kan gaan worden. Echt interessant wordt het als omwonenden actief mee kunnen gaan praten over tracébesluiten, maar dit gebeurt (nog) niet. Gemeenten experimenteren hier wel al veel meer mee, vaak op kleinere schaal uiteraard. Zouden deze lessen ook op hogere schaalniveaus, dus richting Rijkswaterstaat, kunnen worden toegepast?

Inspelen op aanleg 2.0

Limmel.jpg

Publieke infrastructuurbeheerders als Rijkswaterstaat staan voor een grote vervangingsopgave van hun netwerken. In plaats van nieuwe infrastructuur aan te leggen zullen we steeds meer infrastructuur moeten gaan vervangen en vernieuwen. Een soort ‘aanleg 2.0′. Hier adequaat op inspelen als organisatie is noodzakelijk, en vraagt om een strategische herpositionering. Deze herpositionering heb ik geanalyseerd in een artikel door middel van frameanalyse. Organisaties interpreteren de omgeving en vormen bepaalde frames hoe ze die omgeving aan moeten pakken. Uit deze frames volgen vervolgens strategieën. Herpositionering vraagt om het herzien van zowel de frames (hoe positioneren we onszelf) als de strategieën (hoe gaan we te werk). Het laatste, echter, komt veel meer voor. Het bestaande verbeteren is nou eenmaal fijner en vertrouwder dan de eigen missie en ambities kritisch tegen het licht houden. Binnen Rijkswaterstaat zie je ook zo’n patroon. Projecten worden steeds slimmer ingericht, er wordt veel meer samen opgetrokken tussen projecten, bijvoorbeeld in programma’s, en met marktpartijen. Er is dus duidelijk een verschuiving te zien; een verschuiving die ik duid als van een ‘manager-frame’ richting een ‘partner-frame’. Deze verbetering is het resultaat van het optimaliseren van bestaande werkwijzen. De missie zelf is nauwelijks écht ter discussie komen te staan, terwijl ‘aanleg 2.0’ daar wel om lijkt te vragen.

De opkomst van programma-denken

Beatrixsluis

Afgelopen woensdag was ik te gast bij een teamdag van het Sluizenprogramma van Rijkswaterstaat. De Nederlandse wegen- en waterbouwsector werkt steeds vaker in programma’s. Rijkswaterstaat wil ‘meer doen met minder’ en het liefst één geluid naar buiten laten horen. Programma’s kunnen dit faciliteren, hoopt Rijkswaterstaat: er kan meer onderling uitgewisseld worden, er kunnen makkelijker standaarden worden ontwikkeld, en er kan samen naar buiten getreden worden. Alles om de efficiëntie, de uniformiteit en de voorspelbaarheid te vergroten. Ik hoorde op de teamdag enthousiaste verhalen over wat een programma te bieden heeft, zoals toegepast bij het Sluizenprogramma, maar ook bijvoorbeeld bij het megaproject Schiphol-Amsterdam-Almere. Twee observaties. Eén: het ‘programma-denken’ resulteert in een nieuwe ‘wij-zij’ verhouding. Het gangbare ‘project-denken’ beschouwde alles buiten het project als irrelevant; deze grens wordt nu succesvol opgerekt naar alles buiten het programma. Afstemming binnen de organisatie (in Rijkswaterstaat-termen: met ‘de lijn’ of ‘de beheerder’) of buiten de organisatie (met marktpartijen, lokale overheden en andere stakeholders) blijft echter een punt van aandacht. Twee: de toegevoegde waarde van het programma kan nog veel groter. In deze operationalisatie ondersteunt het programma de afzonderlijke projecten. Het neigt daarmee naar ‘project plus’. Andersom bestaat echter ook: projecten ter ondersteuning van een programma, zoals Ruimte voor de Rivier of Beter Benutten. Het is met name in zulke voorbeelden dat een programma echt meerwaarde kan bieden.

Het Sluizenprogramma van Rijkswaterstaat, wat ik nu zo’n jaar volg, is een van de centrale cases in mijn promotieonderzoek.

Uit de vicieuze cirkel

Zeesluis IJmuiden

NRC Handelsblad berichtte dit weekend over Zeesluis IJmuiden; een van de infrastructurele megaprojecten de aankomende jaren in Nederland. Centraal in het artikel staat hoe het consortium OpenIJ (een samenwerking van BAM, VolkerWessels en DIF) de aanbesteding won met een opmerkelijk laag bod. “We dachten eerst: néé toch”, aldus projectleider Jaap Zeilmaker namens opdrachtgever Rijkswaterstaat in NRC. Rijkswaterstaat wil namelijk graag voorbij het ‘prijsduiken’ en ‘vechtcontracten’ na slechte ervaringen bij vorige projecten. In een eerder onderzoek van Tim Busscher en mij komt naar voren dat vanuit de praktijk hierover enige scepsis bestaat. Er heerst nog steeds een zekere mate van wantrouwen tussen Rijkswaterstaat en marktpartijen. Een geïnterviewde vatte het als volgt samen. Rijkswaterstaat is wijs geworden door de markt, die de boel constant belazerd heeft. De markt krijgt ondertussen alle risico’s in zijn maag gesplitst en heeft te maken met een opdrachtgever die meer wil dan gevraagd. De onlangs gepresenteerde Marktvisie laat zien dat er inmiddels druk wordt gewerkt om uit deze vicieuze cirkel te komen.

Het artikel uit NRC Handelsblad van Mark Duursma en Carola Houtekamer staat hier. Het rapport dat Tim Busscher en ik in opdracht van MultiWaterWerk (Rijkswaterstaat) schreven is te vinden in het archief van de Rijksuniversiteit Groningen.