10 jaar RWS-RUG samenwerking

duurzame infra ontwikkeling jos arts.png

Morgen vindt het symposium Duurzame Netwerken plaats in Groningen, ter ere van de 10-jarige samenwerking tussen Rijkswaterstaat en de afdeling planologie van de Rijksuniversiteit Groningen. Rijkswaterstaat heeft vele samenwerkingen met universiteiten, van oudsher vooral met de technische universiteiten. De samenwerking met Groningen ontstond nadat de leefomgeving binnen Rijkswaterstaat een centrale positie kreeg. Het ging niet alleen maar om het trekken van een weg van A naar B, maar er moest oog voor de omgeving komen. Want, zoals mijn hoogleraar Jos Arts in zijn oratie in 2007 stelde, “er is behoefte aan nieuwe wegen, maar de planvorming voor aanleg van die wegen loopt vast.” De opleiding Technische planologie in Groningen leidde altijd al veel studenten voor Rijkswaterstaat op, met haar aandacht voor infrastructuurplanning, naast milieu- en waterbeheer. De RWS-RUG samenwerking bestaat inmiddels uit een groep onderzoekers die kijken naar onder andere gebiedsgericht werken, publiek-private samenwerking, de integratie van nieuwe velden als energie en duurzaamheid met infrastructuur, en de herontwikkeling van infrastructuurnetwerken. Naast langere promotietrajecten wordt er ook allerlei projectonderzoek uitgevoerd. Een win-winsituatie: Rijkswaterstaat heeft een rijke en relevante praktijk waarbinnen het fijn onderzoek doen is voor wetenschappers, de Rijksuniversiteit Groningen biedt de ruimte voor reflectie en kan huidige (en toekomstige) ontwikkelingen duiden.

Advertenties

John Friedmann (1926-2017)

johnfriedmann

Emeritus hoogleraar John Friedmann (UCLA) is vorige week overleden. Een uitgebreid in memoriam is te lezen op de website van UCLA. Friedmann was een van de founding fathers van de internationale planologie als wetenschap. Uit het in memoriam: “The vision that I had was that planning was not just a profession (…) We had to begin to theorize about planning, to start thinking what is planning? What should we expect from this social science-based profession that isn’t simply urban design or land use planning, but goes far beyond that?” Deze vragen uit 1969 culmineerden uiteindelijk in het boek Planning in the public domain (1987). Het is misschien wel zijn bekendste werk, dat nog steeds veel wordt aangehaald – al is het maar om te laten zien dat je je klassieken kent. In dit boek pleit hij voor het decentraliseren van planologie gebaseerd op een social learning aanpak – om kennis in actie om te zetten en vice versa. Met deze aanpak had planologie ook een sterke empowerment-functie. Hij was ook een bruggenbouwer tussen de Europese en Amerikaanse planologietradities, zo valt te lezen: hij combineerde het Europese intellectualisme met het Amerikaanse pragmatisme. Friedmann werd 91 jaar.

De wetenschap achter planologie

amsterdam cs

Is planologie überhaupt wel een wetenschap? Vorige week wierp ik deze vraag op tijdens een alumnibijeenkomst van mijn faculteit Ruimtelijke Wetenschappen (Rijksuniversiteit Groningen) bij Rijkswaterstaat in Utrecht. Hierbij een poging om mijn gedachten eens te ordenen. Om bij het begin te beginnen: ik zie planologie ten eerste als een vakgebied dat gericht is op interventies in de fysieke leefomgeving met het (normatieve) doel deze leefomgeving te willen verbeteren. Planologie als wetenschap zou je kunnen zien als de reflectie op de praktijk: het biedt kaders om te verklaren hoe en waarom bepaalde keuzes gemaakt zijn en hoe zich dat manifesteert in de ruimte. Planologische wetenschappers putten hiervoor uit theorieën afkomstig uit onder andere de geografie, bestuurskunde, politicologie, sociologie en economie. Ik kan me vinden in de emeritus hoogleraren Len de Klerk (Universiteit van Amsterdam) en Ton Kreukels (Universiteit Utrecht) die in Rooilijn (2015) stelden: “[h]et ‘eigene’ van planologie gaat hiermee meer de kant uit van het verbinden van verwante disciplines rond fysiek-ruimtelijke ordeningsvraagstukken dan van eigen theorieën over het (dis)functioneren van de ruimtelijke orde.” Planologie is ‘op zichzelf’ dus geen wetenschap; de praktijk is onlosmakelijk verbonden met de theorie. Veel van de hedendaagse planologische wetenschap houdt zich daarom bezig met het duiden van planologie als ‘sociale praktijk’.

Opnieuw onderscheidend

Soulwax.jpg

De Belgische broertjes Dewaele, het hart van de band Soulwax, blijven zichzelf opnieuw uitvinden. Hun nieuwe album From Deewee, vorige week uitgekomen, is weer net wat anders dan hun vorige werk. Voor mij zijn het een van de weinige artiesten die zichzelf opnieuw kunnen uitvinden – en daardoor reken ik ze tevens tot een van de grotere. Als ik andere artiesten moet noemen die dat gelukt is, kom je al snel terecht in de categorie David Bowie of Prince, of – van de bands van nu – misschien Arcade Fire of Radiohead. In de wetenschap geldt iets vergelijkbaars. Er zijn weinig onderzoekers die zich opnieuw hebben uitgevonden: veel onderzoekers hebben, in de kern, één grote bijdrage gemaakt. In hun latere carrière bouwen ze daar op voort, of werken ze het verder uit. Een kleinere groep weet meerdere bijdragen te doen; een enkeling zelfs drie of meer. Net als dat je bij Soulwax, ondanks de nieuwe ingeslagen weg, hun geluid weet te herkennen, kan je dat ook bij wetenschappers. Het leuke aan promoveren is dat je daar steeds beter in wordt, en dat je het geluid beter kan plaatsen. Dat is stap één. Stap twee is om, in die kakofonie van geluiden, je eigen, onderscheidende geluid weten te creëren.

 

Rondjes blijven draaien

leercycluskolb

In een artikel voor Negotiation Journal reflecteert Larry Susskind (hoogleraar aan MIT) op zijn carrière als ‘pracademic’. Reflecteren op ervaringen opgedaan in de praktijk, op basis daarvan nieuwe theorieën bouwen, die vervolgens toepassen in de praktijk en daar op reflecteren: en de cirkel is weer rond. Deze leercyclus lijkt sterk op die van Kolb en Fry uit 1984 (zie afbeelding hierboven). Voor planologie, echt een toegepaste wetenschap, is het doorlopen van deze cyclus cruciaal. Zoals Susskind ook terecht opmerkt ontstaat er steeds sterker een scheiding tussen wetenschap en praktijk. Susskind, en ook zijn studenten die ik vorig jaar in Boston heb ontmoet, staan met één been in de wetenschap en één in de praktijk. Mijn ervaring in Nederland is dat jonge onderzoekers vaak zich puur richten op wetenschap. Hier worden ze uiteindelijk ook op afgerekend, te zien in het aantal publicaties in peer reviewed tijdschriften. Ervaring in de praktijk telt minder mee bij sollicitaties of promoties. Tuurlijk: onderzoekers denken veel mee met de praktijk, en reflecteren op die praktijk. Maar het echt ‘doen’, dat is toch iets anders. Onderzoekers zijn daarom vaak geen ‘reflective practitioners’ (een term van Donald Schön), terwijl tegelijkertijd professionals uit de praktijk vaak de tijd niet hebben om te reflecteren. Met een haperende cirkel als resultaat, en twee werelden die los gezongen van elkaar raken.

Verscheidenheid in de wetenschap

kijkenindeziel.jpg

TV-recensent Frank Heinen verzuchtte op 29 september in de Volkskrant: “Wat is dat toch, met kunst en grote publieksprogramma’s?” Over wetenschap en televisieprogramma’s zou hetzelfde gezegd kunnen worden: het gaat vaak mis. Een verademing vond ik daarom Kijken in de Ziel (NTR) met Coen Verbraak over wetenschappers. Zes afleveringen lang werden topwetenschappers aan de tand gevoeld over alle facetten van de wetenschap. In andere televisieprogramma’s worden wetenschappers vaak aangevoerd om uit te leggen hoe iets in elkaar zit. Zulke programma’s presenteren de wetenschapper die hapklaar kan uitleggen hoe de wereld in elkaar steekt. Niets van dat in Kijken in de Ziel. Het programma toont direct hoe wetenschap echt werkt bij het definiëren van wat wetenschap nou precies is. De definities lopen vrij uiteen, net als bij andere kwesties zoals zelfplagiaat en samenwerken met bedrijven. Er bestaat niet één waarheid over hoe onze complexe wereld werkt. Juist die verscheidenheid maakt wetenschap zo interessant. Gevaarlijk vind ik dan ook altijd hoogleraren die te dogmatisch vasthouden aan hun stokpaardjes – ze zouden immers beter moeten weten. De meeste geïnterviewden in Kijken in de Ziel zijn daarentegen eerder nederig door te benadrukken dat de wereld zo lastig te doorgronden is.

Het NTR-programma Kijken in de Ziel over wetenschappers is nog terug te kijken via Uitzendinggemist.